Robot God, Elder, Daniel Lanois en Ed O’Brien
Even wat meer aandacht voor de gitaar
In deze muziekreview staan opnieuw vier nieuwe albums centraal, wat ruiger werk van Robot God en Elder, en meer subtiliteit van Daniel Lanois en Ed O’Brien.
Echt dramatisch is het niet, maar er bestaat een verschil tussen de muziekrecensies die ik door het jaar heen schrijf en de Lijst der Lijsten die ik aan het eind van het jaar maak. Door het jaar heen zitten er doorgaans wat minder prominente gitaarklanken in de muziek die ik uitkies om over te schrijven. Dat zou ten onrechte de indruk kunnen wekken dat ik niet van gitaren houd. Het tegendeel is echter waar.
Toch bewaarde ik tot afgelopen jaar de meer gitaargerichte albums vooral voor het aanvullen van mijn eindejaarslijst, omdat de gitaaralbums die ik gaaf vond meestal wat lastiger in een thematische opzet te passen waren. Vaak omdat ze aan de ruige kant waren, in muzikaal opzicht. Maar dát zou dan weer de indruk kunnen wekken dat ik alleen van gierende gitaren houd. Oók onterecht. Ik luister bijvoorbeeld best veel naar akoestische gitaarjazz, van helden zoals Ralph Towner of Steve Tibbetts. Die komen in deze gitaargerichte muziekrecensie echter niet aan bod.
Zoals ik in de introductie al schreef zijn twee van de besproken albums wat ruiger, hier en daar zelfs (lekker) hard, maar ik heb geprobeerd om dat in balans te brengen met twee subtielere albums. Volgens mij is dat goed gelukt, en biedt deze ‘fijnbesnaarde’ muziekrecensie voor elk wat wils. Veel lees- en luisterplezier!
Robot God - Onto The Afterlife
Het Australische trio Robot God laat op hun vijfde full-time studioalbum een heerlijke mix horen van space- en stonerrock, met invloeden uit de traditionele psychedelica. Het bandgeluid is sinds hun debuut Silver Buddha Dreaming uit 2020 niet veel veranderd, maar omdat er binnen de mix van ruige riffs (denk Black Sabbath) en epische spacey gitaarsolo’s (denk Hendrix) en ambient-achtige elektronica genoeg ruimte is voor variatie is dat helemaal niet erg. Hun muziek heeft beslist progressieve invloeden, maar dan meer als stijl dan als doelstelling. Onto The Afterlife duurt keurig één elpee lang en bevat vijf lange tracks die veel ruimte bieden tot opbouw en invulling. Openingstrack Soldier Of Love schiet furieus uit de startblokken, maar vervalt al snel in een moddervette groove die traag en onweerstaanbaar je brein in bulldozert. De klank is eerder ruig dan angstaanjagend. De gitaren scheuren en de drums donderen, maar de verrassend transparante en ruimtelijke productie maakt deze muziek zelfs voor subtieler afgestemde oren behoorlijk toegankelijk. Het meest progressieve nummer is het ruim elf minuten durende I Am The Night, dat na een kleine vier minuten bruutheid wederom naar zo’n heerlijk groove evolueert. Waarna de verrassende rockballad The Long Goodbye het album op epische wijze afsluit. Bij dit album mag het volume iets harder.
Elder - Through Zero
Over het jaar van oprichting van het in Boston, Massachusetts geformeerde maar tegenwoordig vanuit Berlijn werkende kwartet Elder bestaat enige verwarring, maar als we Wikipedia geloven was dat in 2006. Through Zero is hun zevende studio-album, waarop de hun geluid verder hebben verfijnd. Sommigen zouden het ruig noemen, maar ik denk dat ik het eerder ‘stevig’ vind. Gitaren spelen een grote rol, maar echt gebulderd wordt er niet. Er is veel melodie en prima zang, en daar omheen is er genoeg ruimte voor fijn spacey toetsenwerk en zelfs voor slide-gitaar. Het muzikale idioom zweeft ergens tussen spacerock en stonerrock, maar dan met een sterk progressief accent. Het tempo ligt over het algemeen wat hoger, een beetje vergelijkbaar met de weidse spacerock van het Franse supertrio Slift, maar dan met een wat meer aangezette 70s ‘vibe’. En het is ook niet verbazingwekkend dat hun naam vaak genoemd wordt in relatie tot Robot God. Op dit lekker geproduceerde album van ruim 51 minuten staan slechts zes tracks, dus kunnen ze daarbinnen ook lekker hun tijd nemen om lange melodische lijnen te ontwikkelen en luchtgitaarwaardige solo’s te spelen. Hoe dat uitpakt? Memorabel!
Daniel Lanois - Belladonna Nocturne
Daniel Lanois is als producer bekender dan als muzikant. Popliefhebbers zullen hem kennen als producent van het albums The Unforgettable Fire en The Joshua Tree van U2, en onder audiofielen gaat zijn naam rond als de klankmagiër van Bob Dylan’s album Oh Mercy, waar de op hifibeurzen murw gespeelde track The Man In The Long Black Coat op staat. Belladonna Nocturne laat een wat minder weids geluid horen dan die twee galmende albums, maar er wordt wel veel slide-gitaar gespeeld, zoals hij deed op Apollo: Atmospheres and Soundtracks, het ambient meesterwerk dat hij maakte met Brian en Roger Eno. Belladonna Nocturne zou een nachtelijker klinkend vervolg moeten zijn op zijn album Belladonna uit 2005, en het in donker negatief hergebruikte originele artwork suggereert dat óók, maar ik hoor eerlijk gezegd weinig verschillen. Of het moet zijn dat op Belladonna Nocturne meer ruimte is voor drums en percussie, en dat er af en toe ook uit een jazzy vaatje wordt getapt. Maar het is toch vooral weer zijn unieke eigen vorm van verstilde Americana. Een bijzonder hoogtepunt is de track Advent, want tegen het einde daarvan is prachtige woordloze zang te horen van country-godin EmmyLou Harris. Klankmatig is Belladonna Nocturne, zoals Lanois het aan zijn reputatie verplicht is, ook weer een feestje. In alle opzichten een prachtplaat!
Ed O’Brien - Blue Morpho
Ed O’Brien is, zo weten kenners, één van de gitaristen van Radiohead. Blue Morpho is zijn tweede solo-album. Zijn eerste, Earth, bracht hij nog uit onder de eenvoudig te ontcijferen afkorting EOB, waarschijnlijk om zijn link met Radiohead niet onmiddellijk prijs te geven. Over dat album schreef ik in de Jaarlijst van 2020 dat zijn invloed binnen Radiohead daar nog flink op te horen was, en dat geldt voor Blue Morpho eigenlijk ook, al is het inmiddels wel duidelijk dat O’Brien de afgelopen vijf jaar nadrukkelijker op zoek is geweest naar een ánder eigen geluid. Toch zullen fans van Radiohead, die sinds A Moon Shaped Pool uit 2016 geen nieuw werk meer hebben uitgebracht, dankbaar naar dit album luisteren. En hoe je het ook wendt of keert, dit is een schitterend album dat met de filmische grootsheid van Sweet Spot, via de spacey ritmiek van Teachers en de dromerige ambient van Thin Place (waar de Londense jazz-grootheid Shabaka Hutchings in te horen is op dwarsfluit), uiteindelijk eindigt met de licht exotische jazzy psychedelica van Obrigado. Een intrigerende ‘gitaarplaat’ waarop veel méér te ontdekken is dan alleen het betoverende snarenspel van O’Brien.