Laura Misch, Martin Kohlstedt, Steven Brown en Aldous Harding
Een gevarieerd boeket van muzikale schoonheid
In deze muziekreview staan, opnieuw, vier nieuwe albums centraal, deze keer van Laura Misch, Martin Kohlstedt, Steven Brown en Aldous Harding.
Zo traag als het jaar op gang kwam met nieuwe releases, zo vruchtbaar waren de afgelopen paar weken. Bovendien vond ik ook nog een geweldige release van afgelopen februari die onder mijn radar was gebleven maar absoluut besproken miet worden. Vier nieuwe albums daarom weer, van behoorlijk verschillende pluimage. Een opmerkelijke samensmelting van pop, folk, elektronica en jazz, een nieuw neoklassiek album, een nostalgisch singer-songwriter albums met wortels in de experimentele Brusselse post-punk scene van de jaren 80, en een inventief indiepop album dat de fantasie prikkelt.
En om toch maar weer even een terugkerend thema aan te snijden: albums met een ‘gewone’ lengte. Ze zijn er nog, al ziet het er aan de andere kant naar uit dat de trend van steeds korter wordende albums een beetje begint door te slaan naar EP-lengte, want eeen flink aantal interessante releases van de afgelopen maanden tikken soms amper de 22 minuten aan. Zo lang het goede muziek is heb ik er op zich geen bezwaar tegen, maar als kind van de albumgeneratie (wij hadden geen playlists en het dopamine-gestuurde ‘instant gratification’ model van de TikTok generatie), maar om echt lekker ‘into’ een album te raken heb ik als doorgewinterde muziekIiefhebber nog steeds iets meer tijd nodig.
Met deze vier albums lukt dat me in elk geval uitstekend. Veel lees- en luisterplezier toegewenst!
Laura Misch - Lithic
Lithic is het vierde album van Laura Misch, een Londense componiste, saxofoniste en zangeres, en tevens de oudere zus van Tom Misch, die zoals kenners weten óók zeer bijzondere muziek maakt (psychedelische jazzy nu-soul). Maar wat zuslief maakt is geen experimentele jazz (nou ja, toch wel een beetje), het is geen verfijnde pop (nou ja, toch wel een beetje), en zéker geen ambient of elektronica (uh, nou, eigenlijk toch best wel een beetje). Wat het zonder voorbehoud in elk geval wél is, is mooi. Erg mooi zelfs. En wonderlijk, en mysterieus. Toegankelijk? Ja, ook best wel, maar niet mainstream. Modern, maar niet modieus, en daarom tijdloos. Dit is een bijzonder album, dat dromerig en warm aanvoelt. De overwegend kalme tempo’s zouden je in slaap wiegen als er niet zoveel gebeurde in de uit vele laagjes opgebouwde sfeertekeningen, die als pastelkleurige vergezichten traag achter de vocalen voorbij trekken. De stem van Misch is een kruising van de kwetsbaarheid van Lou Rhodes (Lamb), de nonchalante zwoelheid van Astrud Gilberto en de overtuigingskracht van Annie Lennox, met een vleugje bedrieglijke lieftalligheid van Anja Garbarek, als het onbereikbare buurmeisje waar je vroeger heimelijk verliefd op was. De klankmatige productie is geweldig. Inventief, weids en kleurrijk. Schitterend!
Martin Kohlstedt - Kluft
Martin Kohlstedt’s nieuwe album Kluft kreeg ik getipt door Kees-Jan, want we delen een liefde voor zijn soepele, melodieuze maar vaak ook gelaagde en licht experimentele neoklassieke pianomuziek. Je zou kunnen zeggen dat hij tot de Nils Frahm-school behoort, maar Kohlstedt heeft een duidelijke eigen signatuur die net zoveel aansluit bij het meer introspectieve werk van genregenoten Sebastian Plano en Neil Cowley, maar ook duidelijk een hint van Jóhann Jóhannsson heeft, met een vleugje Joep Beving. Net als op veel van zijn vorige albums geeft hij alle tracks titels van slechts drie letters, die betekenisloze ‘woorden’ vormen. Hij laat het dus volledig aan de fantasie van de luisteraars over welke betekenis zij in de muziek horen. Kluft is een lekker afwisselend album, dat hier en daar ook uit andere vaatjes dan neo-klassiek tapt. Zo heeft de track RAI wat mij betreft veel meer jazzy invloeden, net als PLU, dat met zijn elektronische drums zelfs een tikje poppy genoemd zou mogen worden. De opnames zijn helder en kleurrijk, alle verschillende instrumentale texturen - en dat zijn er nogal wat, Kohlstedt kiest zijn elektronische sounds zorgvuldig en vermijdt herhaling - komen uitstekend uit de verf. Weer een heerlijk album dus.
Steven Brown - In This Very World
De Amerikaanse multi-instrumentalist en zanger Steven Brown was aan het begin van de jaren 80 één van de oprichters van de avantgardistische postpunk band Tuxedomoon, en dat is op een aantal composities van dit album nog steeds goed te horen. Zijn stem - die overigens sterk leek op die van de andere zanger in Tuxedomoon, Winston Tong - heeft op zijn 73e nog niks aan bereikt en zeggingskracht verloren. Dit album bevat twee opmerkelijke covers, namelijk Panic in Detroit van David Bowie (die stilistisch mooi aansluit door het transparante akoestische arrangement dat het hier krijgt), en Waltz Nr.2 van Dmitri Shostakovich, wat ondanks de puntgave uitvoering met een mild-satirische hoempa-ondertoon toch een beetje een vreemde eend in de bijt is. Zijn eigen nummers zijn een mooie mix van de middenperiode van Tuxedomoon, denk aan albums als Holy Wars, Ship Of Fools en You, en het meer experimentele solowerk dat hij na de verhuizing van de band van San Francisco naar Brussel maakte met Benjamin Lew. Op In This Very World wordt de luisteraar overigens ook weer verwend met prachtige bijdrages van oude Tuxedomoon collega’s Luc van Lieshout, op trompet en mondharmonica, en Blaine L. Reininger op viool. Een interessante muzikale ontdekkingsreis van een, mijns inziens onterecht, toch wat ondergewaardeerde muzikant.
Aldous Harding - Train On The Island
De Nieuw-Zeelandse indie-folk/pop zangeres Aldous Harding (geboren als Hannah Sian Topp) laat op haar vijfde album Train On The Island een verfijnde en gelaagde evolutie van zichzelf horen. Haar muziek heeft de wonderlijke eigenschap om tegelijkertijd toegankelijk én complex te zijn. Daardoor kun je er heel goed oppervlakkig naar luisteren, maar dit album heeft méér dan voldoende diepgang om er eens goed voor te gaan zitten. De warme maar transparante productie van John Parish en mixing engineer Oliver Baldwin laat de intrigerende composities van Harding goed tot hun recht komen, er is echt veel te beleven wanneer je aandachtig luistert. Behalve de fraaie arrangementen valt vooral de zeer veelzijdige zang van Harding op. Zij is een echte kameleon. Zowel klankmatig als verhalend is Harding’s zang een intrigerende mix van Joni Mitchell en Fiona Apple. Maatschappelijke of politieke stellingname is echter nadrukkelijk niet haar territorium, in dat opzicht is ze dus niet met Fiona Apple te vergelijken. Harding’s teksten zijn raadselachtig en door haar veelvuldige gebruik van beeldtaal zonder causale verbanden en verspringende perspectieven vaak lastig te doorgronden, maar ze gaan over persoonlijke dingen als verlangen en existentiële vervreemding. Daarom kan het album bij elke beluistering anders landen - precies zoals je een droom achteraf anders kunt interpreteren afhankelijk van je stemming. Als je het analyseren echter laat voor wat het is hoor je vooral een verrukkelijk en spannend album.