Dominique Fils-Aimé, Lorenzo Montanà, Prokofiev en Sergio Díaz De Rojas
Een gevarieerd kwartet
In deze muziekreview aandacht voor nieuwe albums van Dominique Fils-Aimé, Lorenzo Montanà en Sergej Prokofiev, en een ‘hidden gem’ van Sergio Díaz De Rojas.
De reacties op onze eerste muziekrecensie in het nieuwe format waren erg leuk, lezers waardeerden de breedte ervan en dat vinden we uiteraard fijn om te horen. Een weloverwogen gok is nog altijd een gok, dus als het goed uitpakt weet je wat je te doen staat: doorgaan op het ingeslagen pad.
Drie albums uit 2026 deze keer, waarvan er één een tip is van Kees Jan. Ook de ‘klassieker’ (die we vanaf nu ‘verborgen juweeltje’ zullen noemen) komt van hem af. Het is weer een gevarieerd kwartet, dat spirituele soul, elektronische ambient, klassiek ballet en neoklassieke pianomuziek omvat. Muzikaal prikkelend, en klankmatig van hoog niveau.
Veel lees- en luisterplezier weer!
Dominique Fils-Aimé - My World Is The Sun
Dominique Fils-Aimé is een Canadese zangeres van Haïtiaanse afkomst, die zich begeeft op het snijvlak van jazz, neo soul, blues en R&B. Haar debuut Nameless (blues) uit 2018 was het eerste deel van een trilogie over de historie van de Afrikaans-Amerikaanse muziek. Daarna volgden in 2019 Stay Tuned (Jazz) en in 2021 Three Little Words (soul). Roots Run Deep uit 2023 wordt niet tot die trilogie gerekend, maar staat vol zwoele R&B. Op My World Is The Sun distilleert ze op meesterlijke wijze de essentie van al deze stijlen en giet het resultaat in een zeer persoonlijk en spiritueel album van enorme schoonheid. Het album begint met Ma Melodie, overgenomen van een oude cassette waarop haar moeder zingt, slechts begeleid door een gitaar. De track eindigt met het geluid van de zee, en loopt over in Sea Of Clouds, een meditatief nummer, bijna een gebed. De kalme en spirituele sfeer die hier wordt geschapen duurt het hele album. Soms wordt het wat meer up-tempo, zelfs dansbaar (Échappée belle) maar nergens wild of funky. De één na laatste track is opnieuw Ma Melodie, maar nu a-capella gezongen door Dominique zélf, waarna ze afsluit met het bloedmooie Je t’amais, Je t’aime, Je t’aimerais (Ik hield van je, Ik hou van je, Ik zal van je blijven houden). Een prachtig eerbetoon...
Lorenzo Montanà - Velan
Van de uit Italië afkomstige Lorenzo Montanà kwam al eerder een album voorbij in deze rubriek. Zijn organische ambient soundscapes hebben een sterk beeldende kwaliteit, en voeren je mee naar droomwerelden aan de achterkant van je bewustzijn. Dit is heerlijke ‘deep listening’ muziek. Op Velan (een woord uit het Sanskriet dat een bijnaam is van de God van de verlichting en kennis) schildert hij wederom van een prachtig palet vol zachte, enigszins mistige kleuren. Zijn ritmes zijn diep en vol expressie, ontwikkelen zich langzaam en staan als altijd in de toonsoort van de track. De eerste track Holy Dust duurt ruim 18 minuten, en het middelste deel deed me sterk denken aan de Labyrint albums die hij samen met Pete Namlook maakte. Omdat Montanà op subtiele wijze ook Arabische en Oosterse invloeden toepast herinnerde dit album me af en toe ook aan de obscure meesterwerkjes die Benjamin Lew en Steven Brown in het midden van de jaren 80 uitbrachten op het ‘virtuele soundtracks’ label Made To Measure. Velan is een verrukkelijk en fantastisch klinkend album om jezelf even helemaal mee los te koppelen van plaats en tijd.
Sergej Prokofiev - Romeo and Juliet, Op. 64
Deze schitterende uitvoering van het ballet van Prokofiev (eigenlijk Prokofjev, maar ik houd de schrijfwijze van de muziekuitgever aan) door het Los Angeles Philharmonic onder leiding van Gustavo Dudamel op het Deutsche Grammophon label was een tip van Kees Jan. Omdat Prokofiev dit bekendste (en meest noodlottige) liefdesverhaal aller tijden van het toenmalige Sovjet-regime in zijn geheel en zo weelderig mogelijk moest vertellen is het een hele zit: twee uur en een kwartier. Een uitputtingsslag voor zowel orkest als dansers, maar het is écht de moeite waard. Het verhaal van William Shakespeare wordt in vier bedrijven op rijk georkestreerde wijze uitgebeeld, en Prokofiev is een meesterverteller. Waar zijn tijdgenoot en muzikale rivaal Igor Stravinski het zocht in atonale en met woeste streken opgezette taferelen heersen bij Prokofiev nog de melodie en de maat. De muziek is sterk beeldend, en zou op veel momenten met gemak door kunnen gaan voor een hedendaagse ‘klassieke’ soundtrack van een grootse en dramatische film. Dudamel houdt een redelijk allegretto tempo aan, wat de uitvoering ondanks de zware thematiek levendig en speels houdt, en de fantastische en uitbundige registratie door Tonmeisters Dmitriy en Alexander Lipay is een fijne bonus.
Sergio Díaz De Rojas - Muerte en una tarde de verano
De uit Peru afkomstige Sergio Díaz De Rojas is een pianist en componist in de neoklassieke stijl van Nils Frahm. Deze tip van Kees Jan was ook voor mij een schot in de roos, wát een prachtig album! De composities zijn dromeriger dan die van Frahm. De openingstrack Amanecer (Prefacio) begint met fluitende vogeltjes (dan heb je me al...) en zeer ver in de achtergrond verstopte stemmen. Als de piano van Díaz De Rojas heel zachtjes opkomt hoor je nog voornamelijk de tonen, maar de door Frahm geïntroduceerde stijlfiguur van het hoorbare klavier en mechanisme van de piano wordt door Díaz De Rojas al snel zó ver doorgevoerd dat het gerammel een ritmische component wordt. Dat creëert een bijzondere en surrealistische sfeer, alsof de eenvoudige melodieën - waaraan vaak ook veel galm is toegevoegd - slechts een gelijkwaardig deel van het totale soundscape zijn. De composities zijn lieflijk, wat een interessant contrast is met de titel van het album, die ‘Dood op een zomermiddag’ betekent. Die diepere betekenis daarvan ligt waarschijnlijk in de Latijns-Amerikaanse cultuur, waarin het contrast tussen leven en dood een veel grotere rol speelt dan in de Europese en Amerikaanse cultuur. Denk daar maar niet teveel over na bij het luisteren, laat de muziek jouw verhaal maar vertellen...