Een nieuw muzieksysteem (2)
Tot dusver...
Deel 1 van ons avontuur naar een nieuw muzieksysteem ging over de zoektocht en de meanderende route naar een besluit. Ik heb jullie achtergelaten bij de eerste noten. In deel 2 pakken we de draad weer op met de verdere tuning van het systeem. Dan gaat het over akoestiek en de plaatsing van de luidsprekers en de luisterplek in de ruimte.
Let’s go!
Systeemtuning
Vanuit de eerst gekozen positie ben ik gaan luisteren en experimenteren. Voor de hoeveelheid toe-in bijvoorbeeld, gebruik ik een stuk muziek dat ik goed ken en waarmee ik heel snel kan bepalen hoe ver ik kan of moet gaan: “The Ballad of Bill Hubbard” van het Roger Waters Amused to Death album. De eerste minuut van dat stuk is voldoende om te bepalen hoeveel je moet indraaien en of de luisterafstand klopt. Over het algemeen heb ik, wanneer dat naar mijn zin is, een haarscherp podium met diepte en breedte en een holografisch geluidsbeeld als dat in de opname zit (hier kom ik nog op terug).
Vervolgens heb ik stukken beluisterd met “lastige laaginhoud”. Een ruimte speelt tot ongeveer 300 Hz een forse rol in de geluidsweergave. De Dynaudio’s zijn vrij grote vloerstaanders met elk twee woofers, en de combinatie met het surplus aan stroom uit twee Naim NAP 350’s zorgt ervoor dat er voldoende energie beschikbaar is, die ook de ruimte wordt ingebracht. Lage frequenties dragen veel energie in zich, en als de ruimte niet voldoende gedempt is voor die frequenties (dissipatie van energie), wordt het een rommeltje onderin. Daarnaast kunnen de eigenfrequenties behoorlijk in de weg zitten als het om de uiteindelijke klank gaat. Zoals gezegd, de ruimte speelt tot ongeveer 300 Hz een grote rol; problemen in dat gebied kunnen leiden tot een zogenaamde “one-note bass”. Dat is een laagweergave waarin de detaillering ontbreekt vanwege eigenfrequenties die de boventoon voeren doordat er onvoldoende demping op zit en de energie niet voldoende wordt gedissipeerd; de energie blijft in de ruimte als bewegingsenergie.
Gelukkig heeft mijn ruimte door de afmetingen geen hele lastige primaire eigenfrequenties: de eerste ligt op 30,2 Hz (lengte), de tweede op 35,1 Hz (breedte), en de derde een stuk hoger, op 76,2 Hz (hoogte). De extra druk bij de laagste frequenties is niet zo’n probleem. Dat is eigenlijk wel lekker, wat extra druk bij 30 Hz. Maar de 76 Hz is hoorbaar. Vooral in tracks als “Angel” van Massive Attack op het album Mezzanine. In dat stuk zit zoveel (sub)laag dat het snel verwordt tot één-noot-bas. Gelukkig was dat niet het geval, maar ik hoorde wel degelijk de 76 Hz meespelen. Iets wat ik in andere tracks op het laag ook al hoorde. En ja, dat is een gegeven van de ruimte, en in dit geval van de hoogte van de ruimte, dus de met plaatsing van de luidsprekers voor die dimensie kun je niet zo veel, want zwaartekracht…
Convolutie met Roon
Omdat ik benieuwd was wat ik kon doen aan die piek, had ik bedacht om met HouseCurve eens een paar metingen uit te voeren. Die metingen lieten keurig de pieken en de dalen zien die we tevoren al hadden berekend. Nu kun je met HouseCurve een convolutiebestand maken waarin de correcties op basis van de metingen naar een referentiecurve worden vastgelegd. Het gaat wat te ver om hier de hele app uit te leggen, maar ik heb een curve gecreëerd in aantal octaven van 20 Hz tot 320 Hz. De target curve is gebaseerd op de B&K-curve. (https://www.bksv.com/media/doc/17-197.pdf).
De figuur hieronder laat zien hoe de relatieve sterkte van de eerste drie lengte-eigenfrequenties (30 Hz, 60 Hz, 90 Hz) eruitziet. Je zou denken dat wanneer je de luidsprekers verder de ruimte in brengt, het beter wordt, maar dat is niet per se zo. Je krijgt namelijk ook te maken met invloed van de zijwandreflecties. Het is overigens wel zo dat je niet alles met een DSP (Digital Sound Processing) oplossing kunt wegpoetsen; DSP heeft geen invloed meer zodra de geluidsgolven je luidsprekers verlaten en dan interactie aangaan met de ruimte. Als de ruimte te weinig dempt op bepaalde frequenties (een lange nagalmtijd), dan kan DSP daar iets aan doen door de energie van die frequenties te verminderen. Dat geldt zeker voor de eigenfrequenties van de ruimte. Maar voor interacties met de wanden van de ruimte, zoals zijwandreflecties, zul je de ruimte akoestisch moeten aanpakken. Zover ben ik nog niet…

Terug naar de convolutie met Roon, de DSP dus. Op basis van de curve en het gemiddelde van vijf metingen, heb ik een set convolutiebestanden gemaakt met HouseCurve (voor 44.1 kHz, 88.2kHz, 176.4kHz, 48kHz, 96kHz en 192kHz) verpakt in een zip-bestand zodat Roon de curve met de juiste sample rate eruit kan halen. Het resultaat is verbazingwekkend goed. Ondanks dat ik slechts een milde correctie heb gevraagd (binnen ±3dB) is het opschonen van met name de 76 Hz zeer goed hoorbaar. “Angel” van Massive Attack laat nu de lagen in het laag mooier horen waardoor de impact van de muziek toeneemt. Ook in de crescendo passages groeit het beeld en zakt het niet in elkaar (nu deed het dat voor de aanpassing ook al niet) en is het groots. De bekkens hangen prachtig in de ruimte, boven de muziek. De plaatsing door de Dynaudio Confidence 30’s is werkelijk prachtig.
Voorlopig laat ik het systeem staan zoals het nu staat. Het moet sowieso nog verder inspelen en zeer waarschijnlijk vraagt het effect daarvan nog wat aanpassingen later in de tijd.
Luisterervaringen
Na al deze “wetenschap” en het handwerk om de luidsprekers zo optimaal mogelijk te plaatsen, is het tijd om er eens echt voor te gaan zitten, de techniek de techniek te laten en van de muziek te genieten.
Ik had in de tijd dat ik moest wachten tot het systeem op Bonaire zou arriveren al playlists gemaakt die bepaalde aspecten zouden kunnen uitlichten. Een aantal van de tracks laat ik de revue passeren omdat ze me opvielen door wat er gebeurde. Hier en daar zit er wat “audiofiele” muziek tussen, maar het meeste is gewoon muziek waar ik van houd. Ik ben een enorme liefhebber van elektronische muziek, fan vanaf dag één van Jean-Michel Jarre, dus die tracks moest ik zeker beluisteren.
Jarre's eerste echte hit-album, Oxygène uit 1976 (ik was 13!), was toen indrukwekkend en is dat nog steeds. Ik heb er een paar versies van op cd, vinyl en uit de Qobuz streamingdienst. Voor de gelegenheid heb ik de cd (niet de remaster) nog een keer geript naar AIFF (ongecomprimeerd) en die gebruikt om te vergelijken. De AIFF rip is echt wonderschoon. Een enorm beeld dat de ruimte volledig vult. In de breedte, maar ook in de hoogte en de diepte van de ruimte. De melodielijnen die in sommige fragmenten “tegen elkaar in spelen” doen dat links en rechts op verschillende fysieke hoogten. Ik kan me niet herinneren dat ik dit eerder zo ervaren heb… Hier moeten ook de Dynaudio's voor een niet onaanzienlijk deel debet aan zijn. De Naim combi is in staat om ongelofelijk veel detail te laten horen, maar de Dynaudio's “zetten” het uiteindelijk in de ruimte. Het. Is. Echt. Prachtig.

Eenzelfde sessie heb ik gedaan met Dark Side of the Moon uit 1973 van Pink Floyd. DSOTM is misschien wel het meest "geteste" album waarvan je filmpjes op YouTube kunt vinden waarin de verschillende versies worden vergeleken. Het album heb ik op vinyl (twee keer, waaronder de 30th anniversary remaster uit 2003), op cd, de XLD-rip naar AIFF van die cd en wederom van Qobuz, waaronder de 192 kHz hi-res versie, ofwel, de 50th anniversary remaster. Die laatste vond ik eigenlijk het minst overtuigend. Een beetje vlak en weinig spannend. Misschien omdat het een FLAC file is? Geen idee en waarschijnlijk niet, maar je zou er meer van verwachten. De openheid van de andere versies mis ik in deze remaster. De vinyl remaster uit 2003 is overtuigender. Opener, het sublaag in het begin van het album is wel mooi aanwezig, alhoewel niet zo fraai als in de cd-versie van de SSD-schijf. Verder vind ik het laag nogal "dik" en de stemmen zijn luider. In deze vinyl versie zijn de bekkens opener en “more shimmering” dan in de hi-res versie van Qobuz. De originele lp is echt mooier. Misschien iets rauwer. Zeker opener omdat het laag niet zo prominent aanwezig is als in de 2003 vinyl remaster. Daardoor is dat sublaag wat minder, maar in het geheel is de oude lp mooier. Ik moet 'm wel een keer op de platenwasser leggen want het begin is echt een haardvuurtje.
De meest impactvolle versie is de AIFF rip van de cd (UK persing). Ik heb die cd ook geluisterd via de Moon 750D transport/DAC, analoog gebalanceerd aangesloten op de voorversterker; ik gebuik dus de fraaie DA-converter van de Moon. Die cd versie kwam voor mij op plaats twee. Plaats drie was voor het "oude" vinyl. Opvallend hoe “schoon” de presentatie van de Technics SL-1200Mk5 met het Benz Micro ACE SM element op de Naim phonotrap is. De Naim NVC TT is echt superstil! Heel bijzonder voor een phonotrap in de MC-stand. Het Benz Micro ACE SM element is een medium versie en de laagste stand op de phonotrap (61 dB) voor de versterking van een MC-element is voldoende. Ik speelde met 1kΩ belasting en 100pF impedantie; ik houd wel van iets meer forwardness in mijn vinyl en met deze settings krijg ik net een pietsie meer luchtigheid. Nu is een Technics SL-1200Mk5 natuurlijk geen echte high-end draaitafel en zijn er absoluut mooiere elementen dan de Benz Micro ACE SM, maar mijn SL-1200Mk5 heeft met de Naim NVC TT phonotrap een metamorfose ondergaan! Ben heel blij met mijn iconische draaitafel in deze opzet.
Het lastige bij zo'n vergelijk is natuurlijk wel dat je naar verschillende masters luistert en ook nog eens via verschillende elektronica. Maar, zaken als een meer aangezet laag en luidere stemmen, dat hoor je absoluut terug, los van de elektronica. Dat was met deze luistersessie meer dan duidelijk geworden.
In het volgende deel van het avontuur laat ik veel van de muziek die ik gebruikt heb voor het "aftunen" van het systeem en, uiteraard, om gewoon lekker naar te luisteren, de revue passeren. In dat deel zullen ook de links naar de publieke playlists zitten zodat je de muziek eenvoudig kunt terugvinden en beluisteren.









