Een nieuw muzieksysteem (4)
Muziek, muziek en nog eens muziek...
Muziek was ontegenzeggelijk hét thema van deel 3 van het avontuur. We gaan verder waar we gebleven waren. Ik had beloofd wat dieper in te gaan op het fenomeen remasters. Verder was er toch nog meer fine-tuning van het systeem nodig en ik leg uit waarom. Laten we niet langer wachten en maar direct van start gaan.
To Remaster or not to remaster?
Het viel me op dat veel van die remasters helemaal niet zo lekker speelden, veelal minder dan het origineel of een eerdere versie op cd.
Hoe komt dat dan? De remasters zijn niet zozeer andere versies in de zin dat er een andere master voor is gebruikt, maar ze zijn vaak “opgepoetst” en opnieuw gemixt. Dat "opgepoetst" zet ik met opzet tussen aanhalingstekens omdat het niet wil zeggen dat ze schoner en fraaier zijn. Sterker nog, ik heb het idee dat de uitzondering de regel bevestigt. Of ze zijn opnieuw gemasterd met een andere doelgroep voor ogen, zoals het beluisteren van muziek via hoofdtelefoons en in-ears. De reden dat ik die opmerking maak is omdat in nogal wat gevallen het stereobeeld wat "uitgetrokken" lijkt te zijn. Maar hoe kom je er nou achter wat er met de master is gebeurd? In Roon kun je van de muziekbestanden die je op schijf hebt staan de informatie opvragen (niet op je iPhone!). Daar staat interessante data tussen: de album gain, de track gain, en het dynamische bereik. Die getallen vertellen ons wat over de mastering van het album.
Bijvoorbeeld, als de album gain -13 dB is, wil dat zeggen dat het niveau 13 dB boven de referentie van Roon ligt, en dus met 13dB naar beneden gecorrigeerd wordt om de boel naar het referentieniveau (14 LUFS) te brengen. Hoe meer negatief de album gain, hoe “harder” (luider) het album is gemasterd en hoe meer compressie er waarschijnlijk is toegepast om versterkers bij die grotere gain niet laten klippen bijvoorbeeld. Er wordt wel eens gerefereerd aan de loudness-war als het om dit fenomeen gaat. Het betekent derhalve dat het album dus gemiddeld gezien harder klinkt. Het aardige is dat wanneer je de originele versie ook hebt, je kunt zien wat er veranderd is aan deze waarden. Niet ongebruikelijk vind je dat de remaster een hogere gain (mogelijk meer compressie) heeft dan het origineel. Naarmate we verder in de tijd komen werden (ook nieuwe) albums steeds luider gemasterd. Daarmee lijkt zo'n remaster misschien beter (want luider), maar als je een goed muzieksysteem hebt dan hoor je al heel snel waarom het orgineel vaak eerlijker is. Een manier om dat nog wat beter te kunnen vergelijken is door in Roon de volume leveling te gebruiken en die op "album" te zetten met een doelwaarde van -16LUFS. Dat gaat niet ten koste van de dynamiek of de kwaliteit van de muziek. Het volume van de tracks wordt aangepast gebaseerd op de gain van het album, zodat de onderlinge dynamiekverschillen binnen een album ongewijzigd blijven. Informatie over de volume leveling in Roon kun je hier vinden.

Een voorbeeld: het album Avalon van Roxy Music. Ik heb daar de DSD versie van op SSD maar ook de cd die ik kocht nadat het album uitkwam in 1982 - ik had de lp, maar die heb ik stom genoeg weggegeven toen de cd beschikbaar kwam. Dom, ik weet het. De cd versie heeft een album gain van -5.9dB en een dynamisch bereik van 5. De DSD versie daarentegen heeft een gain van -10.6dB dus bijna 6dB (!) meer dan het origineel. En dat is ook precies wat ik hoor in deze masters. Ik vind de cd versie echt mooier spelen, terwijl je zou denken dat de de hi-res versie beter moet zijn. Dat zou wel fijn geweest zijn, inderdaad. Maar het is gewoon niet zo. De mastering van de SACD is gewoon anders dan van het origineel en dan mag het met meer resolutie zijn, maar de eigenschappen van het origineel zijn toch geweld aangedaan. Ik zal proberen onder woorden te brengen wat ik hoor.
De DSD versie is luider, maar ook “platter”. Het lijkt wel of deze versie minder leeft, minder levendig is. Ook het hoog, waarvan je zou verwachten dat het in een DSD versie mooier zou zijn dan in de cd versie, is ook - voor mij althans - alleen maar harder. De stem van Brian Ferry is vlakker, minder expressief. Ik vind de hi-res remaster geen winnaar, geef mij de cd versie maar. Als ik de cd beluister via mijn Moon 750D kom ik tot dezelfde conclusie. Wat jammer dat ik de lp niet meer heb…
Er zijn heus goede voorbeelden van mensen die weten hoe ze zo'n remaster moeten doen. Eerder noemde ik al Steven Wilson. Een lijst van albums die hij heeft geremastered vind je hier. Steve Hoffman is een andere audio engineer die veel remasters heeft gedaan. Een overzicht vind je hier.
Na ruim een maand luisteren
We zijn nu een ruime maand verder, het loopt tegen kerst, en ik heb de tijd om wat meer in de luisterruimte door te brengen. Het is me in de tijd wel opgevallen dat het systeem “losser” is geworden. Overigens niet wereldschokkend want het speelde gewoon al lekker vanaf het eerste moment. Maar, er was wel iets dat me opviel, en dat is dat het beeld wel erg breed wordt geprojecteerd. Het was soms zelfs zo breed dat het wat onnatuurlijk overkwam. Daarnaast ik miste toch ook wat diepte. En in sommige stukken mis ik het echte sublaag waarvan ik weet dat het er is en dat de Dynaudio's dat kunnen weergeven.
Eerder had ik al opgemerkt dat ik de luidsprekers volgens een andere methode op hun plek had gezet. Normaal gesproken gebruik ik de gouden ratio methode. Ik was nu op zoek naar een “oplossing” voor de breedte en de diepte van het beeld en het sublaag. Eerder hadden we in een grafiekje al gezien dat een positie verder de ruimte in ook nog wel zou kunnen helpen. Het grafiekje staat hieronder nogmaals.

Zogezegd zo gedaan. Omdat de afstand van het midden van de units tot de zijmuur zo was gekozen dat de Speaker Boundary Interference Response (SBIR) frequenties niet teveel zouden interfereren met de eerste eigenfrequenties van de ruimte, heb ik die afstand aangehouden en de luidsprekers een eind de ruimte ingezet volgens de gouden ratio. Die ratio komt uit de Fibonacci-reeks: 1, 2, 3, 5, 8, 13, 21, etc. De verhouding tussen twee opeenvolgende getallen uit de reeks convergeert naar 1.618 (en 1/1.618 is weer 0.618). Het hield in dat de luidsprekers een halve meter verder de ruimte in moesten. Gelukkig kan dat. De toe-in heb ik in eerste instantie gelijk gelaten, net als de luisterpositie. Het grappige was dat met die nieuwe positie van de luidsprekers en de luisterplek een vrijwel gelijkzijdige driehoek gevormd werd (de hoek op mijn luisterplek kwam op 59.7º — ik houd van wiskunde…). Daarnaast kwam ik in het gebied terecht waar volgens het eerder genoemde grafiekje de bijdrage van de eigenfrequenties van de ruimte minimaal was.
Wat gebeurde er? Het beeld werd niet veel minder breed maar wél een heel stuk dieper. En… mijn sublaag was er! Een van de stukken waar je dat direct in hoort is “Thanks to you” van het album Dig van Boz Scaggs. Ook in “Time Bridges” van Boris Blank's Resonance is dat diepe, voelbare laag te vinden. Dus dat is goed nieuws. Verder was ook het “probleem” van de 76 Hz fors minder (zonder convolutie). Ook daar winst dus. Alleen de breedte van het podium, dat was naar mijn gevoel nog wat aan de hyper-kant. Maar, ik had de geringe toe-in waarmee ik oorspronkelijk speelde zo gelaten. Daar kunnen we dus nog mee experimenteren. Meer toe-in heeft absoluut invloed op de breedte van het stereobeeld omdat je de “beam” van de tweeters (en van ook de mid-range units) meer richting de luisterpositie stuurt. Om het methodisch aan te pakken heb ik uitgerekend hoe de luidsprekers moeten staan voor een bepaalde toe-in hoek en daar een tabelletje voor gemaakt. Dat is handig omdat je dan makkelijk terug kan naar vaste posities en zo beter kunt vergelijken.
De extra toe-in doet inderdaad wat ik verwachtte: een wat minder excessief breed beeld, een scherpere focus in het midden, maar wel iets gevoeliger voor de plek waar je luistert. Het luistert letterlijk en figuurlijk nauwer waar je zit om die superfocus te krijgen. Dat is een compromis. Je hoort overigens ook wanneer je te ver gaat, want dan verdwijnt de focus, ingeleid door een heel smal gebied waarbinnen het beeld nog "scherp staat". Na veel luisteren van verschillende tracks en goed luisteren naar wat er gebeurt vind je zo de optimale indraaing. De meer of minder gerichte energie van de tweeter en de mid-ranges doet ook wat met de uiteindelijke klankkleur. Logisch, want de energieverdeling op je luisterplek verandert. Ik heb dit proces verdeeld over een aantal dagen om te voorkomen dat een mogelijk effectbejag de boventoon zou kunnen voeren. Niet elke verandering is een verbetering. Bij de nieuwe positie van de luidsprekers heb ik op basis van metingen op de luisterplek nieuwe convolutie files gemaakt. En wat bleek? De aanpassing kon over een smaller frequentiegebied toegepast worden (tot 160 Hz) omdat meer gewoon niet nodig was. De 76 Hz die een eigenfrequentie van de ruimte is kan binnen dat gebied een stuk weggewerkt worden, waarmee het laag net als eerder opschoont. En dat is goed hoorbaar, niet alleen in het laag, maar ook daarboven. Weer die overgang van "leidende" naar "dragende" laagweergave.

Gedurende een paar dagen heb ik na veel luisteren de toe-in toch weer iets verminderd; ik vond het focusgebied te nauw. Maar met de rest ben ik zeer tevreden: de breedte blijft groots als de opname dat in zich heeft - sommige mixen hebben bijvoorbeeld percussie ver in de extremen van links of rechts. De diepte is echt prachtig, zonder overdreven te zijn. De hoogte was al goed maar heeft nog een tandje bijgezet, mogelijk doordat de bovenkant van het laag schoner werd. De klankrijkdom is er nog steeds. En het sublaag, dat door de Naim NAP 350's prachtig onder controle wordt gehouden, is er. Dat is gewoon lekker. Ik weet dat het nog dieper moet kunnen - in "Frozen", van Madonna's Ray of Light zit ook sublaag, maar dat zit in een bereik waar mijn ruimte, in elk geval op de luisterplek, een dip heeft. Jammer, maar ik kan er mee leven.
Nadat ik twee weken in Nederland ben geweest en het systeem in die tijd zachtjes heeft staan spelen, viel het me op dat het hele beeld nog rijker was geworden. De factor tijd heeft kennelijk zijn werk gedaan. De toe-in heb ik nog iets verminderd, maar ik heb wel de bank een een kleine 10cm naar voren richting de luidsprekers geschoven waardoor je net iets meer binnen de "driehoek" luistert. Het voordeel is dat de klankrijkdom nog iets toeneemt, je net even wat meer in de muziek zit, maar dat je ook wel ietsiepietsie aan diepte verliest. Nou had ik al een holografisch beeld en dat is er nog steeds. De toename van omhulling en klankrijkdom vind ik belangrijker. Het geeft overigens mooi aan hoe de positie van de luidsprekers en de luisterplek in de ruimte meewerkt aan de presentatie. Dat maakt het wat lastiger, maar ook weer leuk omdat je er relatief eenvoudig mee kunt experimenteren. En dat is helemaal gratis!
Kabeltjes
Er is nog een onderdeel dat ik niet "in de diepte" heb aangestipt in het avontuur: de kabeltjes. De reden is simpel. Ik had ervoor gekozen, zoals ik eerder schreef, om bekabeling van The Chord Company te gebruiken. Alleen de phonotrap is aangesloten met de 8-pins DIN kabel die Naim erbij levert, maar verder heb ik de Naim kabels in de dozen gelaten. Mijn set staat deels in de Pastoe kast en daarmee is een en ander wat minder makkelijk toegankelijk als het eenmaal staat. Bovendien is de kast met inhoud veel te zwaar om te verplaatsen. Om die redenen heb ik ervoor gekozen vanaf dag één met de Chord bekabeling te spelen en niet te gaan vergelijken. Het speelt prachtig en ik heb geen enkele reden om daar verder iets aan te wijzigen. Het systeem is ook niet over-kritisch. Vermoedelijk hebben we een goede balans gevonden in de toegepaste kabels.
De "mooiste" kabels zitten voor in de keten — Chord Sarum T 5-pin DIN tussen de streamer en de voorversterker—Naim geeft de voorkeur aan DIN-kabels als dat mogelijk is. Dan, Chord Sarum T netsnoeren aan de streamer en de voorversterker en van de voorversterker naar de twee NAP 350 eindtrappen een set Chord Sarum T XLR interlinks. De eindtrappen hebben beide een Signature X netsnoer en ook de beide AudioQuest Niagara 1200's zijn met een Signature X netsnoer op het lichtnet aangesloten. De luidsprekers worden gevoed via 2 x 2.5m Signature XL luidsprekerkabels. De NSS 333 streamer is op de switch aangesloten met een Signature X netwerkkabel.
Deze mix leek me, ook op basis van het advies en de ervaring van Kees Jan en Joep, de beste om het systeem niet té analytisch en té kritisch te maken. Ik wil gewoon muziek, met alles erop en eraan, maar zonder truukjes. En dat is meer dan gelukt. Bovendien is er ook nog zoiets als budget. En daar was ik al ruimschoots overheen gegaan… Maar, geen seconde spijt. Ik geniet weer als vanouds van mijn muziek. Dat is belangrijk voor me omdat het ook een uitlaatklep is. Even wegzakken in een andere wereld, al is het maar een uur. Echt heerlijk…
Muziek = emotie
Wat is nu mijn beste graadmeter dat ik ook echt van de muziek geniet? Gezien al het rekenwerk en de theorie zou je kunnen denken: de allerbeste weergave. Nou is dat absoluut een ingrediënt dat veel bijdraagt aan die vreugde. Natuurlijk is het enorme vermogen dat beschikbaar is met twee van die grote Naim monoblokken daar debet aan. Natuurlijk is de stilte, “de zwarte achtergrond” waartegen de muziek naar boven komt, daar debet aan. Maar onder de streep is mijn allerbeste graadmeter: Pakt het me? Krijg ik er kippenvel van? Tranen in mijn ogen? Zo ja, dan is het bijzonder!
Mijn muzieksmaak is sterk gevormd in de jaren 70 en 80. En veel van de muziek die ik luister komt ook uit die tijd. Natuurlijk luister ik ook naar nieuwe muziek; er komt nog steeds genoeg mooie muziek uit. Elke dag weer. Maar er zijn van die pareltjes uit het verleden die ik koester. Een ervan is "Fool's Overture" van het album Live in Paris van Supertramp uit 1982. Als ik dat stuk beluister, of beter, beleef op mijn nieuwe muzieksysteem, dan biggelen op een gegeven moment de tranen over mijn wangen. Dat stuk heeft voor mij zoveel in zich. Het is de setting, maar vermoedelijk ook waar het over gaat - de stukken uit de speech van Churchill lijken actueler dan ooit - het grijpt me aan. Ik verdwijn in het publiek en laat het over me heen komen. Ik zit in mijn eigen stadion te genieten van wat er om me heen allemaal gebeurt. De stem van Roger Hodgson wanneer hij inzet, de energie die erachter zit… Het is in één woord: realistisch!
Maar er is meer. Rodrigo y Gabriela op hun gelijknamige album met "Ixtapa", de energie en de snelheid van de gitaren, het podium waar het allemaal op gebeurt. José James met Elly King op No Beginning, No End in de akoestische uitvoering van "Come to my door" — onze Max heeft het album ooit eens gerecenseerd — die twee stemmen met alleen een gitaar, het is gewoon fabelachtig wat er voor mijn neus gebeurt. Het is klein en groots tegelijk. Mijn synthesizer held, Jean Michel Jarre… Zijn oude albums uit de jaren '70. Ik geniet. Met volle teugen.
Conclusie
Alles bij elkaar is het een heel verhaal. Het bestrijkt dan ook een periode van ongeveer 6 maanden vanaf het moment dat ik min of meer besloten had dat er wat anders moest komen. Dat het gelukt is een systeem samen te stellen waar ik blij van word, dat is wel duidelijk denk ik. Maar wat heb ik er zelf nou van geleerd? Ik bedoel, ik loop al een tijdje rond in de "hifi scene" — een ruime 20 jaar. Maar als je op deze manier een nieuw systeem gaat samenstellen besef je ineens weer hoe waardevol expertise, ervaring en eerlijk advies is. Ervaring had ik wel, dat is het punt niet. Expertise? Check. En een uitgangspunt ook: mijn grote voorliefde voor Naim. Maar de New Classic Series kende ik nog niet. Nooit beluisterd.
Nou hoor ik jullie denken, ja, jij hebt makkelijk kletsen, jij hebt toegang tot de insiders. Dat is ook zo. Mijn compagnon Kees Jan heeft me ongelofelijk geholpen en dat geldt ook voor Edwin van Dynaudio, Joep van Latham, Michel van Audiofile en natuurlijk onze eigen Max. Maar, die toegang hebben jullie ook. Die toegang is niet exclusief. Sterker nog, als je niet zoals ik een eind weg woont, kun je veel ook nog beluisteren voordat je iets koopt. Dat kon ik in dit geval niet. Maar het vertrouwen in de mensen om mij heen uit "onze business" is groot. En terecht. Dat blijkt wel uit het resultaat.
Het was met recht een heel avontuur met gelukkig een goede afloop. Tegelijkertijd kan ik stellen dat ik "along the way" geen moment getwijfeld heb dat het niet goed zou komen. Echt geen seconde. Superblij ben ik met mijn nieuwe set die me weer de mogelijkheid geeft om intens te genieten van mijn muziek. Pas als het er weer is, merk je wat je miste.
Tot slot, ik kan me voorstellen dat je nu denkt, ja, met zo'n set is het makkelijk, dan kan ik er ook wel van genieten. En tot op zekere hoogte is dat natuurlijk zo. Maar, ondanks dat het absoluut bijdraagt aan de vreugde, is er geen wetmatigheid die stelt dat je alleen op een topsysteem echt van muziek kunt genieten. In het verleden heb ik genoeg systemen beluisterd die bewezen dat het geen noodzaak is. Is het leuk met zo'n super set? Absoluut! Ik zou liegen als ik zei dat het niet zo is. Zo'n set kan dingen met muziek zoals een Porsche anders rijdt dan een Volvo. Maar noodzaak? Nee, dat zeker niet. Ik ben er wel ongelofelijk blij mee. Maar dat had ik geloof ik al gezegd…
Coda: Upgrades
Naim is bij uitstek het merk van de upgrades. Nu zijn de New Classic Series wat overzichtelijker als het gaat om mogelijke upgrades. De bekabeling hebben we eerder al besproken en je kunt op dat vlak nu vrijwel alles toepassen wat voorhanden is, alhoewel voor de Naim bronnen de DIN-versies de voorkeur hebben. Maar ook die speciale Naim DIN kabels zijn verkrijgbaar van The Chord Company en van Audioquest.
Maar wat is er dan verder nog op te waarderen aan een systeem dat al op niveau is? En wil ik dat? Om met de laatste vraag te beginnen: natuurlijk! Upgraditis zit in ons allemaal, dat is niet ongewoon. Is het nodig? Nee, niet echt. Maar het is wel aanlokkelijk om toch nog te kijken of er nog wat meer uit te peuteren is.
Als ik dan een upgrade-pad moet aangeven is het door een Niagara 1200 te vervangen door een Chord Company Powerhaus M6 met een Sarum T netsnoer en om aan de NAC 332 voorversterker een NPX 300 voeding toe te voegen. Zo'n NPX 300 voeding kan overigens ook op de NS 333 streamer worden gebruikt, maar ik zou ervoor kiezen om de voorversterker van een voeding te voorzien omdat alle bronnen daar baat bij hebben. Ik verwacht dat de ruisvloer met een upgrade naar een separate voeding nog wat verder zal zakken, waardoor het realisme van de weergave nog een stapje zal toenemen.
Natuurlijk kun je ook twee NPX 300 voedingen toevoegen. Maar ja, zo'n voeding kost op een euro na 7.000 euro, dus één zou dan wel even genoeg zijn. Bovendien, The Chord Company heeft tegenwoordig ook de Burndy kabels in het programma en ook nog in twee smaken. Dus, naast de voeding, kun je ook de voedingskabels nog opwaarderen. Je hebt er twee per voeding nodig als je het helemaal consistent wilt houden.
Verder kan ik nog een voeding aan de phonotrap toevoegen, maar omdat ik relatief minder vaak plaatjes draai, zou ik dat niet 1-2-3 doen. In elk geval zijn er mogelijkheden te over om het systeem verder op te waarderen. Nu nog een manier om het budget vrij te maken. Veelal de grootste uitdaging voor de upgradisten!
De "Nieuw Systeem" playlist
De playlist bevat alle tracks die tijdens ons muzikale avontuur aan de orde zijn gekomen. Waar mogelijk zijn zowel de cd versie, als remasters en hi-res versies toegevoegd.
Qobuz laat alleen de eerste 50 tracks zien. Om de gehele playlist te kunnen zien en afspelen, moet je inloggen bij Qoboz.
Beluister de playlist op Qobuz en Apple Music.









