Música d’Autrora, Hieronymus Consort en Marina Baranova
Een klassieke review in meerdere opzichten
In deze éénmalige ‘klassieke’ review aandacht voor de nieuwe albums van Música d’Autrora en het Hieronymus Consort, met een klassieker van Marina Baranova.
Het zal de oplettende lezer wellicht zijn opgevallen dat ik niet vaak aandacht besteed aan klassieke muziek. De reden daarvoor is niet omdat ik er nooit naar luister. Sterker nog, dat doe ik vrij regelmatig, en als je door onze Review Playlist scrollt kom je ook de nodige klassieke tracks tegen. De werkelijke reden is veel banaler: ik hou ervan, maar vind dat ik er te weinig verstand van heb. Dat is geen valse bescheidenheid, klassieke muziek in al haar verschijningsvormen is wat mij betreft een kunstvorm van museale kwaliteit. Met als complicerende factor dat er van een heleboel klassieke werken zó veel verschillende uitvoeringen en interpretaties zijn dat je er eigenlijk voor gestudeerd moet hebben om er met enige autoriteit over te kunnen schrijven, of er een oordeel over te vellen.
Soms loop ik echter tegen klassieke albums aan die ik zó mooi vind dat ik ze met mijn lezers wil delen. Dan maar niet schrijven met de wijsheid van een conservatoriumjournalist, maar direct uit het hart. Wat welbeschouwd natuurlijk ook gewoon de essentie is van muziek. Twee van de hier besproken albums zijn onlangs ook gebruikt voor onze review van de nieuwe AudioQuest luidsprekerkabels.
Maar eerst moeten we het ook nog even hebben over de terugkeer naar de oude vorm, waarin twee nieuwe albums én een klassieker worden gerecenseerd. Dat was aanvankelijk niet de bedoeling, maar hier greep het toeval dus in. In de aanloop naar onze AudioQuest review kregen we uit ons netwerk een muzikale tip toegespeeld over het album van Marina Baranova, waarvan een track wist door te dringen tot de luistersessie. Het werd dé katalysator om nu eindelijk weer eens een klassieke review te schrijven. En klassiek dus in meerdere opzichten, want het levert ook een (éénmalige) terugkeer op naar de klassieke opzet van drie albums per review.
Música d’Autrora - Still Life: Early Baroque Fantasy
Dit prachtige album van het ensemble Música d’Autrora, onder leiding van Pablo DeVigo, kwam niet via de gebruikelijke kanalen tot mij. Doorgaans oogst ik mijn nieuwe muziek in magazines, blogs en Facebookgroepen en houd ik de nieuwe releases van streamingdiensten Qobuz en Tidal bij. Dit keer dus niet. Omdat ik geen gebrek heb aan eigen muziek luister ik zelden of nooit naar internetradio, maar soms heb ik geen zin om te kiezen en zet ik, bijvoorbeeld tijdens het werk, wél een online ‘radio’station aan. Radio is een beetje een vreemd begrip in dezen, want ik ben van de generatie dat radio nog door de ether werd uitgezonden, maar vooruit: ik heb zelf geen keuze over welke muziek me wordt voorgeschoteld. En mijn vaste adresje wanneer ik internetradio luister is de zeer goed klinkende zender France Musique: La Baroque, en daar kwam op een goede dag de Trio Sonata in D Minor, Op. 1 No. 6, BuxWV 257 van Dieterich Buxtehude voorbij, die me dwong mijn werkzaamheden te staken en het volume harder te zetten. Wát een schoonheid!
Deze uitvoering van het werk van één van de belangrijkste inspiratoren van Johann Sebastian Bach bleek afkomstig te zijn van het hier gerecenseerde album, dat naast het stuk van de Deens/Oostenrijkse Buxtehude alleen maar werken bevat van Italiaanse componisten die de uit Italië afkomstige instrumentale Stylus Phantasticus hanteerden, een methode die niet aan tekst of muzikale thema’s is gebonden, vaak gebaseerd op (en zeker verwant aan) improvisatie, en gekenmerkt door korte, contrasterende episodes en een vrije vorm. Dat heb ik moeten opzoeken, geef ik toe, maar het slaat de spijker wel op zijn kop. Deze barok-composities zijn heerlijk afwisselend, niet repetitief, eerder verhalend en daarom zeer boeiend én, voor zover je dat nu over barok kunt zeggen, zijn tijd redelijk ver vooruit. Met een knipoog zou je het de progrock van de zeventiende eeuw kunnen noemen. De stijl raakte omstreeks de hoogtijdagen van J.S. Bach in onbruik - hoewel hij zelf ook werken in deze stijl componeerde - maar met deze sublieme registratie van een op het scherpst van de snede musicerend gezelschap is het een genot om in te verdwalen. De opname is uiterst transparant en ruimtelijk en blijft in de complexe passages mooi open klinken. Ook voor niet-liefhebbers een aanrader, dunkt mij.
Hieronymus Consort - Himmelsmusik
Het Hieronymus Consort is een jong kwartet onder leiding van de Duitse bariton en percussionist Jeroen Finke, die voor hun debuutalbum geestelijke liederen uitvoeren van de Hamburgse ‘Ratsmusiker’ en organist Johann Schop en zijn zoon Albert Schop. Als Ratsmusiker was je in Hamburg in dienst van de gemeenteraad, een begerenswaardige positie omdat die goed betaalde (Schop had een jaarinkomen van 800 mark, wat bij zijn aantreden in 1621 een fortuin was). De liederen die Finke hier met zijn Consort ten gehore brengt worden langzaam en gedragen gespeeld, en gaan zoals de naam Himmelsmusik al aangeeft over ‘hemelse’ mystieke zaken als de hemel, de dood, het hiernamaals, engelen, de ziel, of de vereniging met Christus. Niet ieders kopje thee, dat lijkt me evident, maar als je voorbij de thematiek luistert hoor je hier toch vooral puntgaaf en liefdevol uitgevoerde stukken muziek die ook zeer fraai zijn geregistreerd. De muzikale begeleiding van Finke’s fijne zangstem bestaat slechts uit drie historische instrumenten: een heerlijk warm klinkend kabinet-orgeltje, een theorbe (een grote luit met een zeer lange hals) en een gestreken violone. Deze kleine opstelling laat veel ruimte voor de akoestiek van de - helaas niet vermelde - opnamelocatie en het klinkt prachtig en rustgevend, en dat laatste is iets dat niet van álle barokmuziek kan worden gezegd.
Marina Baranova - Unfolding Debussy
Marina Baranova, de nu 44-jarige Oekraïense pianiste en componiste, trakteert de luisteraar van Unfolding Debussy op een album vol muzikale verrassingen. Als kind van een pianisten-echtpaar leerde ze van haar moeder klassieke muziek en van haar vader jazz en improvisatie, en die vaardigheden gebruikte ze voor een elftal intrigerende, soms zelfs ronduit sensationele interpretaties van, en variaties op, de impressionistische muziek van Claude Debussy. De ondertitel van het album is ‘for voice, keyboards & field recordings’. Door de wol geverfde muziekliefhebbers weten dan eigenlijk al dat we hier met een neo-klassiek album te maken hebben waar moderne invloeden worden vermengd met traditie. Als je bekend bent met het pianowerk van Debussy (met name zijn Preludes Pour Piano, Children’s Corner en Suite Bergamasque) zul je in de werken op dit album veel herkennen, maar ook voortdurend op het verkeerde been gezet worden. Dat laatste doet ze door variaties in tempo en arrangement te gebruiken, en hier en daar ook haar zang. Pure piano vermengt zich met elektronische bewerkingen en synthesizergeluiden (de ondertitel spreekt immers van ‘keyboards’ en niet van ‘piano’) en veldopnames die de sfeer van de composities extra kleur geven. Muzikaal kan het bijna niet verder af liggen van de barokmuziek die je op de twee andere albums in deze review hoort, en er zullen ongetwijfeld puristen zijn die haar interpretaties en bewerkingen heiligschennis vinden, maar voor de avontuurlijke muzikale geest is hier veel moois te vinden, óók in de schitterende opnames.