2025 en Muziek - Een Jaar in 43 Releases
Daar is hij weer: de muzikale Lijst der Lijsten
Wanneer ik in voorbereiding op deze Lijst der Lijsten de introtekst van die van vorig jaar nog eens teruglees vallen me twee dingen op: 2025 was, net als 2024, een beetje een ‘slow starter’ (januari is geen populaire releasemaand, zo vlak na de dure feestdagen), maar uiteindelijk voegde ik in 2025 wel zo'n 80 nieuwe releases méér aan mijn collectie toe dan vorig jaar. Komt dat dan omdat er dit jaar meer goede albums uitkwamen, of omdat ik ze beter kon vinden? Ik denk het laatste, omdat ik in 2024 wat meer persoonlijke zaken aan mijn hoofd had. Die kostten niet alleen veel tijd, maar ook de lust om met nieuwe muziek bezig te zijn werd er een beetje door gedempt.
De 30-minuten trend die ik vorig jaar beschreef bleek inderdaad door te zetten, ook in 2025 werden er veel korte albums uitgebracht, maar toch lijkt er, vooral bij de wat minder vluchtige releasen buiten de populaire genres, weer een opwaartse lijn te zijn. De populairste albumlengte ligt zo te zien nog steeds rond de 40 minuten, wat niet geheel toevallig ook de ideale tijdsduur voor een langspeelplaat is.
Verder was 2025 het jaar waarin we de formule van de muziekrecensies aanpasten. Het bleek steeds lastiger te zijn om een thematisch aansluitende ‘klassieker’ te vinden, daarom besloten we om die voortaan weg te laten en per muziekrecensie nog maar twee nieuwe releases te bespreken. Ook schrapten we de vele links in de tekst van de reviews. Het kwam de leesbaarheid niet ten goede, en als mensen geïnteresseerd zijn in een album of een artiest, dan kunnen ze die zelf óók wel vinden bij hun favoriete streamingdienst. Bovendien was de keuze om met die links naar Spotify te verwijzen een beetje merkwaardig, want onder de lezers van de art’s excellence blog is Spotify waarschijnlijk het minst populair. Okee, ze hebben nog steeds een ‘gratis’ abonnement, dus je hoeft niet te betalen om daar te luisteren, maar ondanks het feit dat Spotify dit jaar eindelijk haar lossless streamingformaat uitrolde (overigens alleen voor betalende abonnees) blijft het de minst goed klinkende streamingdienst. Waarom dat zo is valt buiten het doel van deze jaarlijst, dus daar hebben we het maar niet over.
Als we de blik vooruit richten zou het zomaar kunnen dat art’s excellence in 2026 méér met muziek gaat doen. Onze review playlist groeit niet heel snel meer (hoewel die begin volgend jaar wel een kleine aanvulling gaat krijgen) maar we hebben het binnen het team best vaak over mooie muziek die ons raakt of die erg goed klinkt. Muziek die niet altijd past binnen het kader van de muziekrecensie, maar die wel de moeite van het communiceren waard is. Hoe we dat precies gaan aanvliegen weten we nog niet, de vorm zou een geschreven artikel kunnen worden, omdat dat de mogelijkheid geeft om er een korte aanbeveling bij te schrijven, maar we hebben het ook over een nieuwe playlist gehad. Of een combinatie van beide. Hoe dan ook, daar gaan we volgend jaar op doorpakken. Reden genoeg om ons te blijven volgen.
Oh, wellicht ten overvloede, maar ik vind het belangrijk genoeg om het tóch nog even te melden: mijn jaarlijst bestaat zoals gewoonlijk uit twee delen. Ik begin met de veertien eerder dit jaar reeds geschreven muziekreviews, en daarna volgen nog dertig nieuwe, maar iets kortere reviews van albums die ik bovengemiddeld de moeite waard vind om óók onder de aandacht te brengen. En omdat we in de maand van de feestelijke tradities zitten hoef ik vast niet meer uit te leggen dat mijn lijst ook dit jaar weer in alfabetische volgorde staat. Albums van het jaar doe ik niet aan, muziek is immers geen wedstrijd.
Zo, met dat uit de weg kunnen we beginnen. Rest mij nog om iedereen voor nu heel veel feestelijk lees- en luisterplezier te wensen met deze zéér uiteenlopende (en soms absoluut niet audiofiel verantwoorde) albums. En graag tot volgend jaar!
Oud...
Agropelter - The Book Of Hours
The Book Of Hours is het ambitieuze instrumentale solodebuut van Agropelter, een project van de Noorse multi-instrumentalist Kay Olsen. Hij wordt beschouwd als een grote belofte in de opkomende prog-scene van Noorwegen. Voor dit project speelde hij zelf bijna alle bas-, gitaar- en toetsenpartijen in, maar hij krijgt hulp van Jonas Reingold (The Flower Kings) op fretloze bas, Andreas Sjøen (Umpfel) op drums en Mattias Olsson (Änglagård) op percussie, wat aanvullende toetsen en omgevingsgeluiden. Daarnaast vermelden de credits diverse muzikanten die de weelderige arrangementen van Olsen met klassiek instrumentarium (en een duduk, een oosterse herdersfluit) inkleuren. De instrumentale prog die Olsen maakt klinkt enerzijds heel bekend, maar anderzijds ook fris en gedreven. Instrumenten als de ARP en Moog synthesizer en het Hammondorgel behoren tot het standaard-arsenaal van de progrocker, en daar wordt dan ook veelvuldig en virtuoos gebruik van gemaakt.
De sterk verhalende, ja, noem het maar epische composities houden de aandacht van de luisteraar moeiteloos vast, wat niet per se altijd lukt bij instrumentale prog. Oude namen die al luisterend komen bovendrijven zijn Genesis en King Crimson, maar door het melodieuze gitaarwerk doet de muziek van Agropelter me nog het meest denken aan de betere releases van Eloy en vooral Camel. In de pers-info van het album worden ook de namen Rachmaninoff, Vangelis en Terje Rypdal genoemd, maar zelfs kenners (waar ik mezelf toe reken) dienen wél de oren te spitsen om die referenties erin te herkennen. Dat neemt niet weg dat The Book Of Hours een heerlijke en opwindende luistertrip is. Het album begint met drie losse en naar prog-begrippen vrij korte tracks, maar eindigt met de fantastische, super-epische en ruim 33 minuten durende suite Book Of Hours die eindigt met een lang aangehouden reuzenakkoord op het kerkorgel. Kippenvel tot in mijn naad...dit is retro-prog op zijn allerbest. Erg innovatief is het dus weliswaar niet, maar wat wordt er lekker gespeeld en wat is de productie ook ijzersterk! Vol en dik, maar toch transparant en dynamisch. We gaan vast nog meer van Olsen horen, en is het niet als Agropelter, dan ongetwijfeld als lid van één of andere supergroep. Meesterlijk!
Bandler Ching - Mercurial
Bandler Ching, het uit Brussel afkomstige jazz-ensemble dat heel hard zijn best doet om géén jazz-ensemble te zijn, debuteerde in 2020 met de vrij lange EP Sub Surface, waarop een avontuurlijke mix van jazz en elektronica te horen was die hen een plaatsje onder de SDBAN-ULTRA vleugels opleverde. Qua muzikale structuren draaide het bij Sub Surface nog behoorlijk om hedendaagse, relatief toegankelijke grootstedelijke jazz, met hier en daar een vleugje funk. Op Coaxial, het album dat ik in 2023 recenseerde, was al meer plaats voor elektronische experimenten én voor spannende crossovers met genres als hiphop en wereldmuziek. Coaxial was daarom ook een aanzienlijk psychedelischer avontuur dan hun debuut-EP. Op Mercurial wordt die ontwikkeling met bravoure voortgezet. De titel betekent letterlijk ‘veranderlijk’ of ‘ongrijpbaar’, en dat zijn eigenschappen die echt wel van toepassing zijn op de muziek van dit album. Het sfeervolle saxofoonspel van Ambroos de Schepper blijft bij vlagen weliswaar een herkenbare signatuur binnen de alle kanten uitschietende mix, maar ook hij geeft meer dan ooit vol gas in een glibberige bocht, met als gevolg dat het spectaculair nét niet misgaat. En voor de rest worden ook door de andere leden de genregrenzen van de jazz echt tot het uiterste opgerekt. Zélfs een open-minded luisteraar zich bij vlagen in blije verbazing afvragen of dit nog wel jazz mag heten. De gatekeepers hebben dan trouwens al láng afgehaakt, en het is maar goed dat De Schepper c.s. na de bittere baardstrijk-reacties die Coaxial oogstte hun oor niet naar die toch wat verschraalde rechtlijnigheid hebben laten hangen. Mercurial is namelijk een zeer opwindend en eigenlijk ronduit fantastisch album dat ook nog eens heel fijn geproduceerd is. Gaat dat absoluut horen!
Bioscope - Gento
Bioscope is een samenwerking tussen twee oudgedienden uit de progressieve hoek. Gentō (het Japanse woord voor toverlantaarn) is het resultaat van een langverwachte samenwerking tussen Steve Rothery (gitarist en mede-oprichter van Marillion in 1979) en Thorsten Quaeschning (sinds 2005 toetsenist, gitarist en drummer en sinds het overlijden van Edgar Froese in 2015 ook bandleider van Tangerine Dream). Rothery en Quaeschning ontmoetten elkaar in 2018 in Berlijn na een concert van Marillion en hadden meteen een klik, maar het duurde nog tot 2020 eer ze voor het eerst samen speelden tijdens een spontane jamsessie in The Racket Club (het hoofdkwartier van Marillion), de dag na een solo-optreden van Quaeschning in Londen. Dit instrumentale album mengt de weidse en epische prog van Rothery, die we voor het eerst écht hoorden op zijn solo-album The Ghosts Of Pripyat uit 2014, en de Berliner Schule elektronica van Quaeschning.
De balans tussen de aan elkaar grenzende stijlen is goed. Beide krijgen voldoende ruimte om binnen de composities herkenbaar te blijven, maar het is vooral de mengvorm die indruk maakt. Tijdens de eerste drie nummers, die samen de Vanishing Point suite vormen, speelt Rothery een wat belangrijkere rol. Het titelnummer Gentō dat daarop volgt is een mooie opmaat naar de tweedelige suite Kinetoscope, waarin Quaeschning juist een groter aandeel heeft. De driedelige suite Bioscope, die je de kern van het album zou kunnen noemen, is dan weer voor beide. Het is een erg vol stuk muziek, maar de heren weten het allemaal mooi open te houden zodat de aandacht van de luisteraars niet dichtloopt. Het afsluitende nummer Kaleidoscope zou perfect passen onder de aftiteling van een epische bioscoopfilm en doet afwisselend denken aan de gitaargedreven krautrock van Michael Rother (oud-lid van Kraftwerk en Neu!) en de poppy rocksensibiliteit van een band als Kula Shaker. Een upbeat afsluiter derhalve, van een album dat verder grossiert in sfeervolle, een beetje naar melancholie neigende composities. Een verrukkelijke samenwerking en een buitengewoon prettige klankmatige productie is het resultaat. Smaakt naar méér heren!
CIAO KENNEDY - Solarium
CIAO KENNEDY is een stadgenoot van Chandler Bing. Deze dus eveneens Brusselse band bestaat uit vijf jeugdvrienden, die in 2022 op het Layva Records label debuteerden met de EP the problem is. De op wat vocale samples na geheel instrumentale landschappen die ze daarop schilderden hadden een basis in de jazz, maar er werd al flink buiten de lijntjes gekleurd met invloeden uit de funk en de post- en progrock, waaraan allerlei elektronische elementen werden toegevoegd voor extra kleur en textuur. De EP deed het goed en dat leverde hen een deal op met het Gentse SDBAN ULTRA label, waarop ze dit jaar hun eerste full-length album Solarium uitbrachten. De mengstijl die op the problem is werd verkend is op Solarium verder uitgediept. Opener NSLS doet me denken aan een fusie tussen de lome psychedelische wereldfunk van Khruangbin en verfijnde Japanse citypop à la Yellow Magic Orchestra. Maar Annexe, de tweede track, opent dan weer met een dikke progressieve rock-riff die overgaat in space-age elektronica in de stijl van Mort Garson om vervolgens tot elektrofunk te evolueren. Waarschijnlijk hebben ze met Bandler Ching strootjes getrokken wie de titel Mercurial mocht gebruiken, want misschien is de muziek van CIAO KENNEDY nog wel ongrijpbaarder dan die van hun stadgenoten. Want niet alleen verschillen de tracks ónderling soms flink van stijl, ook bínnen de tracks wordt vaak van tempo, stijl en sfeer gewisseld. Dat soort intellectuele escapades leveren vaak een nogal cerebraal en afstandelijk geheel op, maar in de handen van deze vijf vrienden wordt het warme, op een merkwaardige manier heel vertrouwd klinkende progressieve elektronische jazz die heerlijk wegluistert en die je meeneemt op een opwindende muzikale trip. Net als bij Bandler Ching (en eigenlijk bij alle SDBAN ULTRA releases) is de productie om door een ringetje te halen. Vol en ruimtelijk, maar tegelijk ook intiem en transparant. Knap luistervoer.
Eli Keszler - Eli Keszler
Over dwarsverbanden gesproken... De Amerikaanse drummer en percussionist - en beeldkunstenaar - Eli Keszler vond ik via de aanbevolen albums in Roon, omdat Sam Gendel op één track van Keszler’s gelijknamige nieuwe album meespeelt. Ook Keszler is een innovator en experimentalist. Zijn complexe percussieve stijl vult hij tijdens live-performances aan met zelfgemaakte geluidsinstallaties waarop onder andere pianosnaren gespannen zijn. Hij werkte samen met andere geluidstovenaars als Oren Ambarchi en Oneohtrix Point Never. Gelijknamige albums zijn vaak het debuut van een artiest, maar Keszler is inmiddels een routinier. Dit is een weids en filmisch album waarop Keszler bij de helft van de tracks de in veel galm verpakte zang voor zijn rekening neemt. Voor de andere helft maakt hij gebruik van de etherische vocalen van Sofie Royer. De sfeer op dit album is dromerig, grenzend aan psychedelisch. Keszler is geen zelfzuchtige muzikant, zijn percussie zit op veel nummers vér in de achtergrond, en waar ritme wél de boventoon voert, zoals in het jachtige Ever Shrinking World, het onderkoeld gewelddadige Low Love of het hoekige Sun, is dat nog steeds op een dienende manier. Keszler is een muzikale drummer die zijn ritmes tot een soort van extra melodie uitwerkt. Dit fantastisch opgenomen album heeft een prettig warme, zeer ruimtelijke en dynamische klank. Een goede audio-installatie is dus een vette bonus, en luisteren met hoofdtelefoon geeft nog een extra dosis vervreemding.
Held By Trees - Hinterland
Held By Trees is een muzikaal project van de Britse componist en producer David Joseph. Op hun Bandcamp pagina is te lezen dat de muziek die Held By Trees maakt ‘sterk is beïnvloed’ door de muziek van Talk Talk en Mark Hollis. Genre-overstijgende muziek met laagjes over laagjes over laagjes dus. Wanneer je naar Hinterland luistert valt inderdaad de gelijkenis op. Held By Trees is echter geen tribute-band, dit gaat verder. Véél verder. Hun eerste album Solace uit 2023 en het dit jaar uitgekomen Hinterland geven me na diverse intense luistersessies het gevoel dat Joseph zich dermate diep heeft ingeleefd in de muziek van Mark Hollis en Talk Talk dat hij twee albums heeft afgeleverd die klinken alsof ze gemaakt hadden kunnen zijn door zijn grote inspirators. Dat hem dat zo goed gelukt is heeft óók te maken met de mensen waarmee hij zich bij deze projecten heeft weten te omringen.
Het zijn stuk voor stuk topmuzikanten, waarvan een aanzienlijk deel heeft meegewerkt aan de laatste twee albums van Talk Talk en het solo-album van Mark Hollis, waaronder Robbie McIntosh op gitaar, Laurence Pendrous op piano, Martin Ditcham op drums en percussie en Simon Edwards op contrabas. Extra bijzonder is dat Charlie Hollis, de zoon van Mark Hollis, in vier tracks van dit album te horen is op piano. Net zoals bij Talk Talk laat de muziek van Held By Trees zich moeilijk omschrijven. Pastorale Engelse schoonheid komt in de buurt, met hints van jazz, post-rock en ambient. Bovendien is Hinterland werkelijk subliem opgenomen en geproduceerd. Horen is geloven, vanaf de eerste tonen zuigt dit album je onweerstaanbaar het muzikale universum van David Joseph in. Niet alleen verplichte kost voor liefhebbers van Talk Talk en Mark Hollis. Jaarlijstjesmateriaal en ondanks mijn principiele weigering om er een wedstrijd van te maken is Hinterland stiekem ook wel mijn ‘beste album’ kandidaat voor 2025.
Hieronymus Consort - Himmelsmusik
Het Hieronymus Consort is een jong kwartet onder leiding van de Duitse bariton en percussionist Jeroen Finke, die voor hun debuutalbum geestelijke liederen uitvoeren van de Hamburgse ‘Ratsmusiker’ en organist Johann Schop en zijn zoon Albert Schop. Als Ratsmusiker was je in Hamburg in dienst van de gemeenteraad, een begerenswaardige positie omdat die goed betaalde (Schop had een jaarinkomen van 800 mark, wat bij zijn aantreden in 1621 een fortuin was). De liederen die Finke hier met zijn Consort ten gehore brengt worden langzaam en gedragen gespeeld, en gaan zoals de naam Himmelsmusik al aangeeft over ‘hemelse’ mystieke zaken als de hemel, de dood, het hiernamaals, engelen, de ziel, of de vereniging met Christus. Niet ieders kopje thee, dat lijkt me evident, maar als je voorbij de thematiek luistert hoor je hier toch vooral puntgaaf en liefdevol uitgevoerde stukken muziek die ook zeer fraai zijn geregistreerd. De muzikale begeleiding van Finke’s fijne zangstem bestaat slechts uit drie historische instrumenten: een heerlijk warm klinkend kabinet-orgeltje, een theorbe (een grote luit met een zeer lange hals) en een gestreken violone. Deze kleine opstelling laat veel ruimte voor de akoestiek van de - helaas niet vermelde - opnamelocatie en het klinkt prachtig en rustgevend, en dat laatste is iets dat niet van álle barokmuziek kan worden gezegd.
Lucrecia Dalt - A Danger To Ourselves
A Danger To Ourselves is de opvolger van Lucrecia Dalt’s briljante album ¡Ay! uit 2022, dat de rol van ‘klassieker’ speelde in de eerste review van wat nu dus een drieluik is geworden over vrouwen in de muziek. Op ¡Ay! leunde ze vrij zwaar op haar eigen (Colombinaanse) muzikale erfgoed, waardoor dat album een onweerstaanbare, niet-westerse ‘vibe’ had. Ook op dit, door niemand minder dan David Sylvian geproduceerde, album hoor je daar af en toe nog wat van terug, maar dieper onder de oppervlakte, terwijl de overeenkomsten met Björk en met name Anja Garbarek die ik toen hoorde nu een stuk sterker aanwezig zijn. Sylvian bromt met zijn door de jaren heen steeds rafeliger klinkende bariton overigens een deftig, door hem en Lucrecia geschreven poëem in de openingstrack Cosa Rara, waarop hij ook achtergrondvocalen verzorgt. Zijn productionele hand is gedurende de rest van het album wat minder aanwezig, hij is in die rol niet zo herkenbaar als bijvoorbeeld Daniel Lanois dat zou zijn geweest, maar nader beschouwd heeft dit album wél de inhoudelijke en klankmatige verfijning die zijn eigen albums ook al decennialang kenmerkt.
Het is geen hapklare lala-pop, er wordt wel enige mentale flexibiliteit van de luisteraar gevraagd, maar zo ontzettend avantgardistisch is het nu ook weer niet. Wel héél knap gemaakt, met veel details en ongewone geluiden en effecten, die de muziek de ene keer een tikje spookachtig maken, maar regelmatig ook lichtvoetig en bijna dansbaar. De vervreemding is echter nooit ver weg, en dat is geweldig. Dit is geen losse verzameling behaagzieke deuntjes, gemaakt om hits te scoren. Nee, dit is een ouderwets mooi, artisanaal geproduceerd en samenhangend album, waarop muziek gemaakt wordt om de muziek, de hele muziek en niets dan de muziek. Dat is op zich al reden genoeg om A Danger To Ourselves een plaatsje te geven in deze review, en dus in mijn jaarlijst. Maar laat het je niet verbazen als je de aandrang voelt om dit album een paar dagen op repeat te zetten, omdat elke luisterbeurt nieuwe muzikale inzichten en de bijbehorende bewondering oplevert.
Marta Forsberg - Archaeology of Intimacy
Marta Forsberg is een Zweeds-Poolse muzikante die in Berlijn woont en werkt. Haar muziek is een mengvorm van mild-experimentele elektronica, electro-acoustische muziek en pop, met etherische ambient invloeden, een snufje folk en een mespuntje neo-klassiek en wereldmuziek. Waarbij haar soms flink vervormde stem meermaals puur als instrument wordt ingezet, maar soms ook met gezongen tekst of voordracht. Het album begint nogal abstract, met de nogal industrieel klinkende elektronische tonen en statische ruis van de track Subharmonics, maar het evolueert snel naar een dromerige sfeer waarbij de door haar in wazige aquareltinten geschilderde klanklandschappen allengs weidser, maar ook donkerder worden. Ze neemt je mee op een intrigerende reis langs een aantal in klank gevatte ‘short stories’ waarvan je vóélt dat er een onderling verband is, zonder dat je je vinger erop kunt leggen hóé alles samenhangt.
Het heeft iets plechtigs en mysterieus, en tegelijkertijd ook iets naïefs en pretentieus. Maar juist in die balans weet ze er, geholpen door spannende en unieke synth-klanken, een meeslepend geheel van te smeden. De tekst van For The Night is een gedicht van Agnes Schneidewind, met ondersteunende zang van Ella Olivia Bender, en in de tracks Spider Sister en Dreamers is de gesamplede stem van de Berlijnse countertenor Rupert Enticknap te horen, waarmee Forsberg een eerbetoon lijkt te brengen aan de veel te jong uit het leven gestapte IJslandse componist Jóhann Jóhannsson. Kenners van zijn sublieme debuutalbum Englabörn zullen begrijpen wat ik bedoel. De 37 minuten die Archaeology of Intimacy duurt vliegen voorbij en laten de nog in halfdroomstaat verkerende luisteraar daarna in oorverdovende stilte achter. Transporterend. En zéér aanbevolen.
Música d’Autrora - Still Life: Early Baroque Fantasy
Dit prachtige album van het ensemble Música d’Autrora, onder leiding van Pablo DeVigo, kwam niet via de gebruikelijke kanalen tot mij. Doorgaans oogst ik mijn nieuwe muziek in magazines, blogs en Facebookgroepen en houd ik de nieuwe releases van streamingdiensten Qobuz en Tidal bij. Dit keer dus niet. Omdat ik geen gebrek heb aan eigen muziek luister ik zelden of nooit naar internetradio, maar soms heb ik geen zin om te kiezen en zet ik, bijvoorbeeld tijdens het werk, wél een online ‘radio’station aan. Radio is een beetje een vreemd begrip in dezen, want ik ben van de generatie dat radio nog door de ether werd uitgezonden, maar vooruit: ik heb zelf geen keuze over welke muziek me wordt voorgeschoteld. En mijn vaste adresje wanneer ik internetradio luister is de zeer goed klinkende zender France Musique: La Baroque, en daar kwam op een goede dag de Trio Sonata in D Minor, Op. 1 No. 6, BuxWV 257 van Dieterich Buxtehude voorbij, die me dwong mijn werkzaamheden te staken en het volume harder te zetten. Wát een schoonheid!
Deze uitvoering van het werk van één van de belangrijkste inspiratoren van Johann Sebastian Bach bleek afkomstig te zijn van het hier gerecenseerde album, dat naast het stuk van de Deens/Oostenrijkse Buxtehude alleen maar werken bevat van Italiaanse componisten die de uit Italië afkomstige instrumentale Stylus Phantasticus hanteerden, een methode die niet aan tekst of muzikale thema’s is gebonden, vaak gebaseerd op (en zeker verwant aan) improvisatie, en gekenmerkt door korte, contrasterende episodes en een vrije vorm. Dat heb ik moeten opzoeken, geef ik toe, maar het slaat de spijker wel op zijn kop. Deze barok-composities zijn heerlijk afwisselend, niet repetitief, eerder verhalend en daarom zeer boeiend én, voor zover je dat nu over barok kunt zeggen, zijn tijd redelijk ver vooruit. Met een knipoog zou je het de progrock van de zeventiende eeuw kunnen noemen. De stijl raakte omstreeks de hoogtijdagen van J.S. Bach in onbruik - hoewel hij zelf ook werken in deze stijl componeerde - maar met deze sublieme registratie van een op het scherpst van de snede musicerend gezelschap is het een genot om in te verdwalen. De opname is uiterst transparant en ruimtelijk en blijft in de complexe passages mooi open klinken. Ook voor niet-liefhebbers een aanrader, dunkt mij.
Sam Gendel - digi-squires
De Californische saxofonist en muziekproducer Sam Gendel is geen grote naam in de hedendaagse jazz-scene, maar toch mag hij beschouwd worden als een belangrijke innovator. Zijn brede muzikale interesse strekt zich vér voorbij de jazz uit. Hij maakt gebruik van een groot palet aan elektronische klanken om zijn producties meer kleur en diepte te geven, en hij gebruikt de studio ook nadrukkelijk als instrument. Mijn eerste kennismaking met zijn muziek was via zijn samenwerking met bassist Pino Palladino en gitarist Blake Mills op het album Notes With Attachments, waar ik hier in 2021 een review over schreef, en van daaruit ontdekte ik onder meer zijn unieke solo-album Satin Doll uit 2020, waarop hij jazzstandards in een bijna onherkenbaar maar schitterend nieuw jasje hijst. Op digi-squires werkt hij samen met multi-instrumentalist Nate Mercereau en maken ze een soort elektronische wereld-jazz die sterk leunt tegen de Fourth World filosofie van wijlen Jon Hassell, waarbij etnische muziekstijlen - veelal met Afrikaanse of Aziatische wortels - worden gecombineerd met futuristische Westerse elektronica. De geest van Hassell waart sowieso rond op dit album, want Gendel stuurt het geluid van zijn saxofoon, net als op voorgaande albums, door een reeks aan effecten waardoor het wat hese, harmonisch rijke fluistergeluid ontstaat waarvan Hassell de uitvinder mag worden genoemd. De muziek op digi-squires is vervreemdend maar niet ontoegankelijk en bovendien fantastisch mooi geregistreerd, waardoor het een kort (amper 33 minuten) maar verrukkelijk luister-avontuur wordt.
These New Puritans - Crooked Wing
Weinig dingen zeggen ‘verstilde Engelse pracht’ zoals een jongenssopraan begeleid door een kerkorgel doet, en dat is precies hoe de uit Essex afkomstige tweelingbroers George en Jack Barnett hun zesde album onder de naam These New Puritans aftrappen. Het is een gelaagd en prikkelend luisteravontuur met een enorm scala aan geluiden en sferen. Het kerkorgel van de eerste track komt nog een aantal keer terug, maar het palet dat de heren gebruikten om hun muzikale dromen te schilderen bevat ook kerkklokken, strijkersensembles, Japanse drums, veldopnames, synthesizer-soundscapes en vibrafoon, en de regelmatig aan een jonge Henk Hofstede (NITS) herinnerende zang én arrangementen van Jack Barnett. Crooked Wing is een mild experimenteel album. Complex en uitdagend maar ook verrassend toegankelijk. Het zal geen hits opleveren die op de radio gedraaid zullen worden, en wat dat betreft is de link met het latere werk van Talk Talk gauw gelegd. En nu we het toch over Talk Talk hebben moet ik zeggen dat de zang van Barnett me af en toe óók wel wat aan de melancholieke croon van Mark Hollis doet denken. Al lijkt hij in het nummer Goodnight dan weer Paul Buchanan van The Blue Nile te channelen… Heel bijzonder.
Dit is beslist geen achtergrondmuziek, de muziek op Crooked Wing eist de onverdeelde aandacht van de luisteraar. Klankmatig is het een parel. In tegenstelling tot veel moderne opnames zit er aardig wat dynamiek in de weidse en breedbandige productie. Kies daarom zorgvuldig je moment om op ‘play’ te drukken. Sluit de wereld buiten, zet je mobiel uit, doe desnoods de gordijnen dicht of zelfs het licht uit en bereid je voor op een headtrip van een kleine 48 minuten. Een goede hoofdtelefoon of een mooie geluidsinstallatie zullen de luisterervaring alleen maar intenser maken. Wát een plaat!
Tunng - Love You All Over Again
Over naar 2025 nu, met Love You All Over Again van de Britse folktronica band Tunng. Tunng werd in 2003 opgericht door Sam Genders en Mike Lindsay, die tot op de dag van vandaag deel uitmaken van de in de loop der jaren regelmatig veranderde bezetting. Love You All Over Again is hun achtste album (het live album This Is Tunng…Live From The BBC uit 2011 en het verzamelalbum This Is Tunng…Magpie Bites and Other Cuts uit 2019 niet meegerekend) en eigenlijk is er aan hun speelse mix van vocale- en percussieloops en allerlei vreemde akoestische instrumenten en elektronica niet zo heel veel veranderd. De liedjes, die soms meer op kinderrijmpjes lijken dan op diepgaande poëzie, zou je nog steeds een pastorale versie van de muziek van de Amerikaanse band Animal Collective kunnen noemen, wat op zich al een groot compliment is, maar Genders en Lindsay zijn als schrijvers en muzikanten inventief genoeg om ook van dit album weer een (enigszins melancholiek, het blijven tenslotte Engelsen) pareltje te maken. De sfeer op Love You All Over Again is een stuk minder somber dan op voorganger Tunng Presents... Dead Club, een album dat de dood als thema had en (toevallig) middenin de corona-pandemie uitkwam. Dit nieuwe album zit thematisch méér op de lijn van het lichtvoetige Songs You Make At Night uit 2018, waarvan twee tracks in de art’s excellence Review Playlist terechtkwamen. Wat me aan alle Tunng albums opvalt, zelfs bij het vrij LoFi geproduceerde debuut This Is...Tunng: Mother’s Daughter and Other Songs uit 2005, is dat ze verrukkelijk geproduceerd zijn. Warm en dynamisch, met een psychedelische mix van gortdroog en juist heel ruimtelijk opgenomen lagen, en goed verstaanbare zang. Ook Love You All Over Again hoort in de collectie van elke serieuze muziekliefhebber thuis.
...en nieuw
Arcane Allies - Mount Adhaphera
Mount Adhaphera is het vierde album van Arcane Allies. Dit spacerocktrio (gitaar, drums, theremin/synths) werd in 2016 tijdens een toernee met psych-surf collectief Dai Kaiju in Amerika opgericht, en meteen na afloop van die toernee verhuisden ze naar Berlijn om daar te werken aan eigen muziek. Die keuze was niet toevallig: Mount Adhaphera is samengesteld uit variabele delen Kraut- en Spacerock, gelardeerd met Kosmische en Berliner Schule elektronica. De band zelf zegt te zijn geïnspireerd door acts als Can, Neu! en Tangerine Dream, maar voeg daar gerust ook Engelse psychedelische acts als Ozric Tentacles, Hawkwind en Gong aan toe. De eerste helft van het album legt in muzikaal opzicht wat meer nadruk op spacerock, de tweede helft zit meer in de hoek van de krautrock. Trippy maar hoogst briljant!
Arve Henriksen, Eivind Aarset & Terje Isungset - Uncharted Waters
Uncharted Waters is de eerste trio-samenwerking van trompettist Arve Henriksen met Eivind Aarset (gitaar) en Terje Isungset (steen- en ijspercussie), die elkaar van diverse andere samenwerkingen kennen. Als je naar de kristalheldere en weidse productie luistert zou je kunnen denken dat dit sfeervolle moderne jazz-album is uitgebracht op het illustere ECM label, maar het is gereleased op All Ice Records, het in 2005 door Terje Isungset opgerichte label waarop hij zijn ‘Ice Music’ albums uitbracht. De aan Jon Hassell herinnerende stijl van Henriksen past perfect bij de ijle sfeer van de sitar-achtige akkoorden van Aarset en de minimale percussie van Isungset. Je ziet gewoon een winters Scandinavisch kustlandschap voor je, vol ongerepte sneeuw en ijs en koud, donkergrijs water. Heerlijk met een glas warme Glühwein erbij...
Daoud - Ok
Daoud is het muzikale alter-ego van de jonge Frans-Marokkaanse trompettist, componist en producer Luc Ben Abdeslam. Zijn debuutalbum Good Boy uit 2024 werd goed ontvangen, en leverde hem een plekje op bij het kwalitatieve Duitse jazz-label ACT. Ok is zijn tweede album, dat vrij snel volgt op zijn debuut, maar van ‘sophomore slump’ (Het Moeilijke Tweede Album) is geen sprake. Abdeslam’s instrumentale muziek is een opwindende fusie van elektrische grootstads-bigbandjazz en moderne (hiphop en drum&bass) en traditionele Noord-Afrikaanse ritmes. De composities zijn altijd melodieus, vaak op het epische af groots, en verhalend. Op sommige tracks wordt samengewerkt met muzikale vrienden, zoals de Deense (aan het Amsterdams conservatorium afgestudeerde) gitarist Teis Semey en de jonge Poolse saxofonist Cuba Więcek. Ook klankmatig is hier veel te genieten.
Darkside - Nothing
Het Amerikaanse duo Darkside werd opgericht door de elektronica-componist Nicolas Jaar en multi-instrumentalist Dave Harrington. Ze debuteerden in 2013 met het briljante neo-psychedelische indie-elektronische rockalbum Psyche. Voor Nothing, hun derde studioalbum, werd de line-up uitgebreid met drummer/percussionist Tlacael Esparza, waardoor de muziek een sterkere ritmische invulling krijgt, met hier en daar zelfs een dansbaar thema. Wat gebleven is zijn de diepe, gelaagde composities rond relatief eenvoudige thema’s, dan weer vol en stuwend, dan weer minimaal, maar altijd met een mysterieuze ondertoon. Ook zijn weer de vervormde vocalen van Jaar hoorbaar, die voor een vervreemdend effect zorgen. Darkside maakt muziek om de muziek, nooit behaagziek maar wel altijd inventief en toegankelijk. En verdraaid lekker als je je eraan overgeeft.
Dhafer Youssef - Shiraz
Shiraz is het tiende studio-album van de Tunesische oud-speler, zanger en componist Dhafer Youssef. De man grossiert in meesterwerken, en ook dit album is daarop geen uitzondering. Op dit album vult hij de arrangementen van zijn spirituele etno-fusion in met muzikanten uit diverse Europese landen, de meest opvallende gast is daarbij de bekende Frans/Vietnamese gitarist Nguyên Le, die op enkele tracks meespeelt en ook de mix van het album voor zijn rekening nam. Naast de oud en de heldere zang van Youssef is een belangrijke melodieuze rol weggelegd door de Oostenrijkse trompettist Mario Rom. Welbeschouwd hebben we het allemaal al wel eens eerder gehoord, dus echt vernieuwend is de muziek niet, Maar bij zulke buitenaardse schoonheid is het een kniesoor die daarop let.
Dictaphone - Unstable
Toen ik in 2012 Dictaphone’s derde album (het door Nils Frahm geproduceerde Poems From a Rooftop) hoorde was ik meteen verkocht. De van melancholie druipende klarinetmelodieën van Roger Döring passen naadloos bij de Brusselse mid jaren 80 undergroundstijl van de Belgische multi-instrumentalist Oliver Doerell. Denk aan de soundtracks zonder film-achtige releases op het illustere Made To Measure label voor een muzikale referentie. Unstable, inmiddels hun zevende album als we de Nacht EP meetellen, volgt de bekende maar eindeloos variabele formule van obscure elektro-akoestische vergezichten en samples van radiostemmen en stervende elektronica van Doerell, met daar overheen de preluderende klarinet en saxofoon van Döring en (sinds APR 70 uit 2017) het spookachtige vioolspel van Alexander Stolze. Samen met een groeiende en wisselende groep gastmuzikanten brengt Dictaphone met elke nieuwe release weer een tot mijmeren stemmend meesterwerk uit. Unstable incluis.
DITZ - Never Exhale
Never Exhale is het tweede album van de uit Brighton afkomstige noise-rock en (post)punk band DITZ. Hun experimentele, vaak furieus gespeelde muziek vol dwarse, dissonante akkoorden en opzwepende drums begeleidt de half gezongen, half geschreeuwde vocalen van frontman Callum Francis, die duistere dingen deelt over innerlijke druk, psychische spanning en existentiële worsteling. Een verslag uit de eerste hand van wat het betekent om te moeten blijven ademen terwijl alles om je heen lijkt te verstikken. Het is op het eerste gehoor geen gemakkelijke kost. Het schuurt en knijpt, maakt je nerveus, en zet je vaak op het verkeerde been. Dat voelt ongemakkelijk, tot je door krijgt dat DITZ je zo op geniale wijze betrekt bij hun verhaal. Je hóórt hun muziek niet alleen, je vóélt hem ook. Misschien komt dat ook omdat deze muziek uitnodigt om de volumeknop vér open te draaien. Onderga dit, het loutert!
Durand Jones & The Indications - Flowers
Flowers is het vierde album van de psychedelische neo-soul band Durand Jones & The Indications. Als iemand me had vertelt dat dit album een verloren gewaande seventies prachtparel uit de archieven van Curtom Records uit Chicago was zou ik het meteen geloven. Zelfs de productie van dit in de zomer van 2025 uitgekomen album is heerlijk retro en doet denken aan de beste albums op dat label, van Curtis Mayfield, Donny Hathaway of The Impressions, een bandnaam die de inspiratie zou kunnen zijn geweest voor ‘The Indications’. Het is de perfecte soundtrack voor een warme, luie zomervakantie die naar vergeeld gras en bloeiende lindebomen ruikt. De weelderig met strijkers en blazers gearrangeerde en met nonchalant zelfvertrouwen uitgevoerde nummers hebben vaak een psychedelische ondertoon die voor de oudere kijkbuiskinderen associaties zal oproepen met oude uitzendingen van Toppop. Verrukkelijk!
Eefje de Visser - Vlijmscherp
Vlijmscherp is het tweede paneel van de Heimwee-dyptiek die de in België wonende, maar uit Voorburg afkomstige poëziepopgodin Eefje de Visser in 2024 begon, en afgelopen jaar voltooide. Haar verhalende teksten - die soms rijmen, maar meestal niet, en die over meerdere zinnen doorlopen - vertellen verdeeld over de twee album haar persoonlijke verhaal van introspectie, contrast en persoonlijke en muzikale ontwikkeling. Waar Heimwee, zoals de titel al aangeeft, ingetogener en organischer klonk is Vlijmscherp vuriger, intenser en contrastrijker. Haar warme synthpop met perfect geplaatste koortjes en échte drums klinkt geconcentreerder dan ooit. We horen hier een in haar rol gegroeide muzikante die zich heeft neergelegd bij het feit dat ze de afgelopen jaren zowat elke popprijs won die er te winnen viel, maar die niet van plan is om om zich daar het hoofd door op hol te laten brengen.
Giöbia - X-Æon
Het uit Milaan afkomstige kwartet Giöbia trakteert ons op hun lastig uitspreekbare negende album X-Æon in ruimte hoeveelheden op vuige spacerock. Dat doen ze overigens al 21 jaar, verdeeld over negen full-lengte albums en vier EP’s. En net zoals de Italiaanse progressieve rockmuziek altijd een unieke eigen sound heeft gehad valt ook de muziek van Giöbia niet gemakkelijk in ene hokje te duwen. Er zijn invloeden van Kraut te horen, maar er zitten ook duidelijke postpunk-, goth- (Bauhaus, iemand?) en wave-invloeden in hun opzwepende tracks. Het wervelende 1976 doet zelfs wat dubby aan. De tweede helft van het album is geheel gewijd aan de La Mort De La Terre suite die, verdeeld over vier tracks, een van vieze orgeltjes gonzend stoner-epos vertelt dat eindigt in een dromerige slottrack. Volume op 11 voor deze.
Hania Rani - Non-Fiction (piano concerto in four movements)
De Poolse pianiste Hania Rani is geen onbekende op deze pagina’s, en ook haar nieuwe album Non-Fiction verdient weer een plekje in de jaarlijst. De subtitel ‘piano concerto in four movements’ geeft aan dat het weliswaar een ‘klassiek’ opgezet werk is, maar wat hier in muzikaal opzicht geboden wordt is net zozeer een cross-over tussen neoklassiek en elektronica. De eerste twee delen zijn redelijk luchtig en speels. Rani’s pianocomposities worden ondersteund door het Manchester Collective, een kamermuziek-ensemble onder leiding van Hugh Tieppo-Brunt, percussioniste Valentina Magaletti, en Jack Wylie, die we kennen als saxofonist en synthesizerspeler van Portico Quartet. Het derde en vierde deel zijn abstracter, elektronischer en mysterieuzer, waarbij vooral het laatste deel de dromerige sfeer heeft van het orkestrale werk van Claude Debussy. Geen hap-slik-weg muziek, maar wel bloedmooi!
Igorrr - Amen
Voor Amen, het album van de Franse multi-instrumentalist Gautier ‘Igorrr’ Serre, is het wellicht verstandig om te beginnen met een waarschuwing: dit album is op een onverwachte manier zéér audiofiel, maar eist niet alleen het uiterste van de afspeelapparatuur. Ook de luisteraar dient over het nodige uithoudingsvermogen en flexibiliteit te beschikken. Igorr’s muziek is namelijk een knettergekke mix van snoeiharde metal met gruntzang, progrock, elektronica, folk en klassiek. De argeloze luisteraar wordt vanaf de eerste tonen meegesleurd in een tsunami van extremiteiten waarbij maatsoorten elkaar in duizelingwekkend tempo afwisselen en waarbij een absoluut buitencategorie niveau van instrumentbeheersing wordt behaald. Liefhebbers van acts als Mr. Bungle die geloven dat het nooit geschift genoeg is zullen dit heerlijk vinden. Anderen waarschijnlijk niet. Tot welke categorie behoor jij?
Kokoroko - Tuff Times Never Last
Het Londense octet Kokoroko maakt, met meerdere gastmuzikanten, een heerlijk zomerse mix van afrobeat, high-life en jazz. Dat deden ze al op hun uitstekende debuut Could We Be More, en nu, op Tuff Times Never last, heeft bandleidster en trompettiste Sheila Maurice-Gray eigenlijk weinig aan de opzet veranderd. En dat levert opnieuw een wonderbaarlijk lekker en toegankelijk album op dat al de perfecte soundtrack vormde voor de zomer van 2025, maar dat bij het opmaken van de muzikale balans van het jaar nog steeds soulvolle, funky en zonnige vibes verspreidt. De productie van het album, die opnieuw in handen was van Miles James, is al net zo warm en gloedvol. Donkere dagen vóór de Kerst? Die verdrijf je met Kokoroko. En onthoud: tuff times never last!
M. Sage - Tender / Wading
M. Sage (Matthew voor vrienden) is publicist, leraar en sound-designer. In die laatste hoedanigheid maakt hij gelaagde en interessante ambient die de luisteraar echt meeneemt op een kalme reis door dromerige klanklandschappen. Op Tender / Wading (zijn zesde full-length album als je zijn samenwerkingen met gelijkgestemde componisten meetelt) hoor je behalve allerlei elektronische instrumenten ook een accordeon, klarinet, gitaar en piano, allemaal door Wade bespeeld, gelardeerd met veldopnames en gevonden geluiden. Het is geen slaapverwekkende ‘long form’ ambient. Die heeft weliswaar zijn eigen charme, maar de composities van Wade zijn organisch en dynamisch en hebben, op hun eigen manier, vaak ook een - overigens nogal glitchy - ritme. Het luisteren naar Tender / Wading is als wandelen door een grote, mooi aangelegde tuin in de zomerse avondschemering. De omgeving verandert voortdurend, telkens andere geluiden, kleuren en geuren, comfortabel en geruststellend. Eén van de fijnere ambient-releases van 2025.
Mark Pritchard & Thom Yorke - Tall Tales
We beginnen anno 2025 zoetjesaan door de Corona-releases heen te raken. Toch valt Tall Tales, de samenwerking van Radiohead frontman Thom Yorke en Mark Pritchard (vooral bekend van zijn project Global Communication, met Tom Middleton) eigenlijk nog gewoon binnen die categorie. Al is het album niet tijdens de lockdowns voltooid. De samenwerking verliep in fases en duurde maar liefst vijf jaar (waarin Yorke drie volledige albums uitbracht onder de naam The Smile). Ondanks de dun uitgesmeerde samenwerking is Tall Tales een uitermate coherent album geworden, waarop alle muzikale ideeën van beide heren zijn samengesmolten tot een geheel dat op de meest positieve manier nergens op lijkt. De strakke synthetische drumritmes doen meer dan eens aan Kraftwerk denken, maar de muziek blijft toch vooral zijn unieke eigen - vervreemdende - sfeer houden.
Nils Frahm - Night
Nils Frahm bevestigt ook in 2025 weer zijn relevantie als neoklassieke componist en producer. Doorgaans brengt hij - naast zijn werk als label-eigenaar en producer en naast een wereldwijd tourschema - minstens twee eigen nieuwe albums per jaar uit. Nacht is met een tijdsduur van net geen half uur eerder een lange EP dan een volledig album - Frahm lijkt hiermee aan te sluiten bij de trend van korter wordende albums - maar is als vanouds wonderschoon. Op vorige releases mengde hij regelmatig elektronische klanken met het geluid van zijn piano’s, maar op Nacht laat hij het oproepen van sfeer over aan een gewone vleugelpiano en de fabelachtige akoestiek van zijn Berlijnse studio. Zijn melodieën zijn vrij van structuur, ontwikkelen zich lineair en lijken grotendeels geïmproviseerd, waarmee hij voorzichtig in de voetsporen lijkt te treden van die andere sublieme verhalenverteller op de 88 toetsen; Keith Jarrett.
Oneohtrix Point Never - Tranquilizer
Daniel Lopatin heeft als Oneohtrix Point Never al veel verschillende albums gemaakt. Tranquilizer is, zoals de titel al een beetje aangeeft, er eentje in de meer toegankelijke categorie. De inspiratie voor dit album was een verzameling oude samples uit de jaren 90 die hij vond op internet vond. Hij maakte een bladwijzer van de URL, om er ooit iets mee te kunnen doen, maar toen hij daarmee wilde beginnen waren de samples offline. Pas later waren ze weer te vinden, en dat inspireerde hem om, met die samples, een album te maken dat gaat over de vluchtigheid van de digitale wereld, die enerzijds een onfeilbare continuïteit belooft, maar anderzijds voortdurend verandert. Met die tegenstelling in gedachten maakte hij zijn meest thematisch georiënteerde album in ruim tien jaar, en het is een briljant, vervreemdend feestje geworden.
Ozark Henry - August Parker
Ozark Henry is het muzikale alter ego van de Belgische muzikant en producer Piet Goddaer. August Parker is zijn tiende album, waar zijn fans 8 jaar op hebben moeten wachten. Dat betekent niet dat hij sinds Us uit 2017 aan August Parker heeft gewerkt, hij is ook een veelgevraagd producer en heeft in de tussentijd aan diverse andere projecten gewerkt. August Parker is een fijn album dat onmiddellijk herkenbaar is. Dat ligt grotendeels aan het zeer herkenbare stemgeluid van Goddaer, en aan zijn inventieve melodielijnen, maar ook de composities en arrangementen klinken bekend. Op August Parker zijn wel wat meer ‘moderne’ elektronische invloeden te horen dan op oudere meesterwerken als The Sailor Not The Sea, maar dat neemt niet weg dat August Parker weer een heerlijke verzameling melancholieke muzikale miniaturen bevat.
Pino Palladinp & Blake Mills - That Wasn’t A Dream
Pino Palladino is de boomlange bassist die zijn carrière ooit begon in de band van Paul Young, maar daarna als muzikale huurling met talloze artiesten samenwerkte. Daarnaast was hij de vaste bassist van de dit jaar overleden neo-soul legende D’Angelo. Samen met gitarist/multi-instrumentalist Blake Mills maakte hij in 2021 het intense, broeierige jazz-album Notes With Attachments. Op That Wasn’t A Dream is de sfeer iets minder claustrofobisch, maar nog net zo ‘left field’ en experimenteel. De productie is wederom intiem en droog, je bevindt je als luisteraar echt tussen de muzikanten wanneer je via een goede hoofdtelefoon of een paar mooie luidsprekers naar dit album luistert. Hoewel het album louter hoogtepunten bevat is het bijna 14 minuten lange Heat Sink toch wel het psychedelische epicentrum van deze luistertrip.
Ringdown - Lady On The Bike
Ringdown is een Amerikaans duo dat bestaat uit klassieke geschoold violiste en zangeres Caroline Shaw en multi-instrumentaliste Danni Lee. Op Lady On The Bike maken ze inventieve, misschien zelfs een tikje avantgardistische elektropop vol invloeden uit klassieke muziek, jazz en triphop. Het album bevat een aantal singles die ze, sinds ze in 2023 bij elkaar kwamen, maakten voor het vermaarde Nonesuch label en is aangevuld met nieuwe composities. Lady On The Bike heeft twee gezichten: enerzijds luistert het als een verzameling vernuftige liedjes, maar anderzijds is het een spannende dwaaltocht over de nog niet platgetreden paden aan de randen van de elektropop. Vooral de klassieke invloeden die Shaw inbrengt tillen het album naar een hoog niveau. De meest opvallende track is een - schitterende maar enigszins beklemmende - uitvoering van Willie Nelson’s door ‘iedereen maar vooral Patsy Cline’ gecoverde wereldhit Crazy.
Rob de Boer - Man To You
Ondanks zijn oerhollandse achternaam is Rob de Boer geboren, woonachtig én werkzaam in Ierland. Hij staat echter bekend als een Iers/Nederlandse zanger en het is aannemelijk dat zijn vader uit Nederland kwam. De Boer maakt op zijn debuut Man To You verrukkelijke vocale neo-soul, die hij met een warme stem en zwoele, met blazers verrijkte jazzy arrangementen brengt. Er zit een duidelijke Motown-vibe in zijn muziek, die ook door iconen als Stevie Wonder of ‘die andere Ierse soulzanger’ (jeweetwel, The Man...) had kunnen zijn gemaakt. Het album ademt kwaliteit, zwakke momenten zijn er niet. De muziek is smaakvol, en De Boer omzeilt met argeloos gemak de valkuilen die het tot een verzameling cliché’s hadden kunnen maken, en levert daarom een hoogkaraats, authentiek soulalbumt af dat véél meer bekendheid verdient dan het nu heeft. Waarvan akte.
Roei Hermon - Dálum
Roei Hermon is een enigszins mysterieuze Israëlische multi-instrumentalist die met Dálum een verrukkelijk en verrassend maar jammer genoeg ook vrij kort album aflevert. Het is een experimentele mix van geïmproviseerde studiosessies met trompet, orgel, piano en elektronica, die later is aangevuld met percussie van ‘muzikale reisgenoot’ Rejoicer. Omdat de muziek spontaan tot stand is gekomen zou je verwachten dat het geheel niet erg coherent uitpakt, maar niets is minder waar. Er zit wel degelijk structuur in elke track, hoewel de nadruk alsnog meer op sfeer ligt. De titel Dálum, een Polynesisch woord dat zoiets als ‘binnenkant van de geest’ betekent, is daarom goed gekozen. Het album heeft een charmant soort primitiviteit en doet me op die manier denken aan de experimentele muziek uit de Brusselse scene in het midden van de jaren 80, waar óók een Israëlische act (de experimentele postpunk band Minimal Compact) deel van uitmaakte. Intrigerend.
Samba Touré - Baarakelaw
Samba Touré is een Malinese gitarist die werd geboren in Timboektoe. Hij was een protégé van Ali Farka Touré (die ondanks dezelfde achternaam geen familie was) die hem de de traditionele waarden van de Malinese muziekstijl Songhaï bijbracht. De kalme, wiegende ritmes en de open gitaarklanken op Baarakelaw (wat ‘de werkers’ betekent) laten duidelijk horen waar de ‘Amerikaanse’ blues oorspronkelijk vandaan kwam, en waarom de licht psychedelische Songhaï ook wel Desert Blues wordt genoemd. Samba Touré blijft, onder leiding van de Schotse producer Mark Mulholland (van het Alba Griot Ensemble, die Keltische folk mengen met Malinese muziek) dichtbij de traditionele stijl, en dus ver weg van ‘fusion’ en andere modernismen. Niet dat daar wat mis mee is, muziek is een organisch iets dat leeft en evolueert, maar soms is het gewoon heel lekker om te horen waar het allemaal vandaan komt.
Squid - Cowards
Cowards is het derde album van de uit Brighton afkomstige experimentele rockband Squid. Hun energieke debuut Bright Green Field (dat een mix van wave, kraut en post-punk bevat) en opvolger O Monolith (waarop progressievere paden werden behandeld) wisten respectievelijk in 2021 en 2023 al door te dringen tot deze eindlijst, en met het verontrustende Cowards zetten ze die traditie voort. Verontrustend? Jazeker, het overkoepelende thema van Cowards is namelijk ‘het kwaad’, dat wordt ontleed in tracks die gaan over moord, narcisme, zwakheid, ego en allerlei andere tragische wandaden. Gelukkig kiest Squid ervoor om weinig te veranderen aan hun uitbundige muziekstijl, en hier en daar zelfs knipogen uit te delen, waardoor het geheel beslist niet te grimmig wordt. Als ze hun stijgende lijn van kwaliteit voortzetten voorspel ik dat ze in 2027 opnieuw in de Lijst der Lijsten zullen staan.
Steve Tibbetts - Close
Mijn eerste kennismaking met de Amerikaanse gitarist Steve Tibbetts was met het album Safe Journey uit 1984, dat ik op de gok kocht uit een grabbelbak bij een pop-up winkeltje. De gok bestond eruit dat het album was uitgebracht op het ECM label, waarop ook Close werd uitgegeven. Het is, als je zijn tweede album Yr meetelt, zijn tiende album voor ECM, en in al die jaren is zijn unieke stijl - een wervelende mix van jazz, psychedelische rock, folk en wereldmuziek - ongeveer hetzelfde gebleven. Tibbetts speelt alle gitaren en piano, en wordt bijgestaan door zijn vaste begeleiders Marc Anderson (percussie, Tibetaanse gongs en loops) en JT Bates (drums). De composities hebben iets mysterieus, en roepen associaties op met weidse en woeste landschappen in verre oorden. De kristalheldere productie maakt dit tot een intens luisteravontuur.
Steven Wilson - The Overview
Ondanks zijn drukke werkzaamheden aan talloze remastering- en remix-projecten van klassiekers uit de (progressieve) rockgeschiedenis vondt Steven Wilson dit jaar ook nog de tijd om The Overview uit te brengen. Hierop keert hij terug naar zijn roots, de ‘klassieke’ progressieve rock, die goed past bij het concept van het album. Het gaat over het ‘overview effect’, de cognitieve verschuiving die astronauten meemaken wanneer zij vanuit de ruimte neerkijken op onze planeet. Door de immensheid van die ervaring lijken alle aardse problemen opeens futiliteiten. Wilson liet zich naar eigen zeggen inspireren door de muziek van Pink Floyd, Tangerine Dream en Vangelis. The Overview bestaat uit twee lange suites die elk ongeveer een plaatkant beslaan (Wilson is een fanatiek voorstander van muziek op vinyl), die de luisteraar meenemen op een emotionele reis. Meesterlijk!
Supersister - Nancy Never Knew
De Nederlandse progrocklegende Supersister werd in 2000, 26 jaar na hun laatste album, tot hun verrassing uitgenodigd voor het Amerikaanse festival Progfest. Een korte maar glorieuze toernee door Nederland volgde, maar de reünie werd wreed verstoord door het plotselinge overlijden van fluitist Sacha van Geest. In 2011 overleed ook bassist Ron van Eck. Pas in 2019 had oprichter Robert Jan Stips de moed verzameld om Retsis Repus, een album op te nemen ‘in de geest van Supersister’ op te nemen, waarop veel muzikale vrienden meespeelden. De originele drummer Marco Vrolijk moest daarna om gezondheidsredenen afhaken, en daarom rekruteerde Stips drummer Leon Klaasse (Powerplay) en bassist Rinus Gerritse (Golden Earring) om de muziek van Supersister live te gaan spelen. In 2024 resulteerde deze samenwerking na 50 jaar weer in een ‘echt’ Supersister album. Een emotioneel weerzien!
Tamino - Every Dawn’s A Mountain
De tegenwoordig in New York wonende maar uit Antwerpen afkomstige Belgisch/Egyptische zanger Tamino debuteerde in 2018 met het emotioneel verpletterende album Amir. In 2022 volgde Sahar, waarop hij de balans tussen oosterse en westerse muziek verdiepte door het gebruik van de Oud, een Noord-Afrikaanse luit die hij in de tussentijd had leren bespelen. Zijn derde album Every Dawn’s A Mountain gaat over de uitdagingen die elke nieuwe levensfase met zich meebrengt vanwege de emotionele bagage die je met je meedraagt. Zijn regelmatig aan Thom Yorke herinnerende stemgeluid druipt nog steeds van de intensiteit, en zijn muzikale mix van folk en wereldmuziek is nog steeds beeldschoon. Het album sluit verrassend af met een broeierig eerbetoon aan Amsterdam, de stad waar hij aan het conservatorium studeerde. Een melancholiek reisverslag van een wereldburger.
The Legendary Pink Dots - So Lonely In Heaven
Van The Legendary Pink Dots, de psychedelische band van onheilspoëet Edward Ka-Spel, heb ik 155 albums (heruitgaves meegeteld) in mijn muziekcollectie. Alleen frontman Ka-Spel gaat daar met 211 albums (opnieuw: heruitgaves meegerekend) nog overheen. De Pink Dots (Ka-Spel en zijn in de loop der jaren vaak gemuteerde muzikale reisgezelschap) vierden dit jaar hun 45-jarig bestaan en brachten ter gelegenheid daarvan So Lonely In Heaven uit, een psychedelisch meesterwerkje waarop de invloed van de ‘nieuwe’ toetsenist Randall Frazier (die in 2022 toetsenist en mede-oprichter Phil ‘The Silverman’ Knight opvolgde). Samen met gitarist Erik Drost maken de Dots er op So Lonely In Heaven een heerlijk feestje van. De fijnmazige arrangementen omsluiten de klaaglijke half-parlando zang van Ka-Spel als een handschoen. Hier hoor je een band die jaren podiumervaring mee de studio in neemt. Onverminderd hoge klasse.
Vega Trails - Sierra Tracks
Het uit saxofonist, klarinettist en fluitist Jordan Smart en bassist en keyboardspeler Milo Fitzpatrick bestaande duo Vega Trails omringt zich op Sierra Tracks, hun tweede album op het Gondwana Records label van Matthew Halsall, onder andere met een groot Pools strijkorkest, om hun door Halssall zelf erg fraai geproduceerde spiritual jazz luister bij te zetten. De melodieuze en gelaagde arrangementen hebben een melancholieke maar hoopvolle ondertoon en stemmen de luisteraar tot mijmeren. De zich kalm ontwikkelende composities zijn verheffend en filmisch, dit is jazz waar je heerlijk bij kunt wegdromen. Toch verdient het aanbeveling om daarbij de aandacht voor het muzikaal gebodene niet te laten verslappen, want voor je het weet mis je een schitterende melodielijn of een verrassende instrumentale wending.