Agropelter en Bioscope

Progrock leeft!

In deze muziekrecensie aandacht voor de epische nieuwe albums van Agropelter en Bioscope, die bewijzen dat progrock nog steeds springlevend en relevant is.

Het is meer dan een maand geleden dat de vorige muziekrecensie verscheen, en in mijn vakantie die vlak daarna begon dacht ik na over de grillen van de muziekindustrie. Als je het globaal bekijkt heb ik er geen verklaring voor, maar de zomermaanden zijn hier in Europa van oudsher een slappere periode in het muzikale jaar. Labels en artiesten brengen waarschijnlijk niet graag nieuwe muziek uit wanneer het leven zich voor een groot deel buiten de deur afspeelt. Misschien hebben muzikanten het te druk met het spelen op festivals, waardoor promotionele activiteiten rond een nieuwe release lastig zijn. Wie de afgelopen twee maanden op vrijdag de nieuwe releases bij de streamingdiensten bestudeerde (vaste prik in Casa Delissen) kon in elk geval niet anders dan concluderen dat de spoeling dunner was dan normaal.



Dat betekent echter niet dat er geen goede muziek is uitgekomen. Een blik in mijn digitale muziekdatabase laat genoeg gave albums zien. De twee die ik deze keer uitlicht maken deel uit van een genre dat al jaren onverminderd populair is, maar dat in de mainstream muziekpers eigenlijk maar weinig aandacht krijgt: progressieve rock. Wie ‘in het genre gerijpt is’ (oftewel: wie tot de oude garde behoort die de hoogtijdagen in de jaren 70 heeft meegemaakt) weet dat de komst van de punk eind jaren 70 vrij snel een einde maakte aan de populariteit die progressieve rock genoot. Van een bijna-mainstream genre werd het een soort-van-underground genre. Bekendere bands zoals Genesis, Yes, Marillion, Pink Floyd en King Crimson wisten nog wel mee te komen en produceerden ook sinds de jaren 80 nog regelmatig zeer geloofwaardige albums die met hun tijd waren meegegaan, maar de hype was voorbij en is nooit echt meer teruggekomen. Ook niet dankzij de nimmer aflatende inzet van iemand als Steven Wilson, de frontman van Porcupine Tree, die wat mij betreft bijna eigenhandig Het Conceptalbum voor de vergetelheid heeft weten te behoeden.



Maar dat er nog goede prog gemaakt wordt in een tijdsgewricht waarin pop-albums onder druk van de Spotify-generatie niet langer mogen zijn dan 30 minuten, en songs moeten beginnen met het refrein, mag op zich een klein wonder heten. Als ik, als liefhebber, een kleine bijdrage kan leveren aan de aandacht die het genre verdient zal ik dat niet nalaten. 

Veel lees- en luisterplezier!



Agropelter - The Book Of Hours

Agropelter_150 - art's excellence 2025The Book Of Hours is het ambitieuze instrumentale solodebuut van Agropelter, een project van de Noorse multi-instrumentalist Kay Olsen. Hij wordt beschouwd als een grote belofte in de opkomende prog-scene van Noorwegen. Voor dit project speelde hij zelf bijna alle bas-, gitaar- en toetsenpartijen in, maar hij krijgt hulp van Jonas Reingold (The Flower Kings) op fretloze bas, Andreas Sjøen (Umpfel) op drums en Mattias Olsson (Änglagård) op percussie, wat aanvullende toetsen en omgevingsgeluiden. Daarnaast vermelden de credits diverse muzikanten die de weelderige arrangementen van Olsen met klassiek instrumentarium (en een duduk, een oosterse herdersfluit) inkleuren. De instrumentale prog die Olsen maakt klinkt enerzijds heel bekend, maar anderzijds ook fris en gedreven. Instrumenten als de ARP en Moog synthesizer en het Hammondorgel behoren tot het standaard-arsenaal van de progrocker, en daar wordt dan ook veelvuldig en virtuoos gebruik van gemaakt.

De sterk verhalende, ja, noem het maar epische composities houden de aandacht van de luisteraar moeiteloos vast, wat niet per se altijd lukt bij instrumentale prog. Oude namen die al luisterend komen bovendrijven zijn Genesis en King Crimson, maar door het melodieuze gitaarwerk doet de muziek van Agropelter me nog het meest denken aan de betere releases van Eloy en vooral Camel. In de pers-info van het album worden ook de namen Rachmaninoff, Vangelis en Terje Rypdal genoemd, maar zelfs kenners (waar ik mezelf toe reken) dienen wél de oren te spitsen om die referenties erin te herkennen. Dat neemt niet weg dat The Book Of Hours een heerlijke en opwindende luistertrip is. Het album begint met drie losse en naar prog-begrippen vrij korte tracks, maar eindigt met de fantastische, super-epische en ruim 33 minuten durende suite Book Of Hours die eindigt met een lang aangehouden reuzenakkoord op het kerkorgel. Kippenvel tot in mijn naad...dit is retro-prog op zijn allerbest. Erg innovatief is het dus weliswaar niet, maar wat wordt er lekker gespeeld en wat is de productie ook ijzersterk! Vol en dik, maar toch transparant en dynamisch. We gaan vast nog meer van Olsen horen, en is het niet als Agropelter, dan ongetwijfeld als lid van één of andere supergroep. Meesterlijk!

Luister in lossless geluidskwaliteit naar Agropelter met QobuzTidal of Apple Music (abonnement vereist) of in lossy geluidskwaliteit met Spotify.

Bioscope - Gento

Bioscope_150 - art's excellence 2025Bioscope is een samenwerking tussen twee oudgedienden uit de progressieve hoek. Gentō (het Japanse woord voor toverlantaarn) is het resultaat van een langverwachte samenwerking tussen Steve Rothery (gitarist en mede-oprichter van Marillion in 1979) en Thorsten Quaeschning (sinds 2005 toetsenist, gitarist en drummer en sinds het overlijden van Edgar Froese in 2015 ook bandleider van Tangerine Dream). Rothery en Quaeschning ontmoetten elkaar in 2018 in Berlijn na een concert van Marillion en hadden meteen een klik, maar het duurde nog tot 2020 eer ze voor het eerst samen speelden tijdens een spontane jamsessie in The Racket Club (het hoofdkwartier van Marillion), de dag na een solo-optreden van Quaeschning in Londen. Dit instrumentale album mengt de weidse en epische prog van Rothery, die we voor het eerst écht hoorden op zijn solo-album The Ghosts Of Pripyat uit 2014, en de Berliner Schule elektronica van Quaeschning.

De balans tussen de aan elkaar grenzende stijlen is goed. Beide krijgen voldoende ruimte om binnen de composities herkenbaar te blijven, maar het is vooral de mengvorm die indruk maakt. Tijdens de eerste drie nummers, die samen de Vanishing Point suite vormen, speelt Rothery een wat belangrijkere rol. Het titelnummer Gentō dat daarop volgt is een mooie opmaat naar de tweedelige suite Kinetoscope, waarin Quaeschning juist een groter aandeel heeft. De driedelige suite Bioscope, die je de kern van het album zou kunnen noemen, is dan weer voor beide. Het is een erg vol stuk muziek, maar de heren weten het allemaal mooi open te houden zodat de aandacht van de luisteraars niet dichtloopt. Het afsluitende nummer Kaleidoscope zou perfect passen onder de aftiteling van een epische bioscoopfilm en doet afwisselend denken aan de gitaargedreven krautrock van Michael Rother (oud-lid van Kraftwerk en Neu!) en de poppy rocksensibiliteit van een band als Kula Shaker. Een upbeat afsluiter derhalve, van een album dat verder grossiert in sfeervolle, een beetje naar melancholie neigende composities. Een verrukkelijke samenwerking en een buitengewoon prettige klankmatige productie is het resultaat. Smaakt naar méér heren!

Luister in lossless geluidskwaliteit naar Bioscope met QobuzTidal of Apple Music (abonnement vereist) of in lossy geluidskwaliteit met Spotify.